Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Afwerking

Uitvoering van een binnentrap uit natuursteen: de te volgen stappen

De uitvoering van een trap is een complexe taak waarbij rekening gehouden moet worden met heel wat criteria. Het is daarom essentieel om goed na te denken over het ontwerp. Hierbij moeten bepaalde algemene dimensioneringsprincipes gerespecteerd worden, vooral wanneer de trap afgewerkt zal worden met natuursteen.

Afb. 2 Opbouw van een natuurstenen trap op een betonnen draagstructuur.

BK_2026_04_24_Afb_2
Buildwise

Dimensioneringsregels

Trappen moeten gedimensioneerd worden met het oog op comfort en veiligheid. Voor binnentrappen kan hiervoor gebruikgemaakt worden van de formule van Blondel:

2O + A = 600 ± 30 mm

waarbij:

O: de optrede of de hoogte van de treden

A: de aantrede of de diepte van de treden.

Deze formule volstaat op zich echter niet om een trap correct te ontwerpen. Volgens de huidige herziening van TV 198 over houten trappen, moet deze aangevuld worden met:

  • • een hellingspercentage
  • • een minimale afmeting voor de aantrede (minstens 220 mm om een toereikend steunvlak te garanderen)
  • • een maximale afmeting voor de optrede (maximum 190 mm om struikelen te voorkomen).

De toepassing van deze waarden resulteert in een maximale helling van 40,8°, terwijl de minimaal vereiste helling 20° is.

Trappen die gebruikt worden als evacuatiewegen in gebouwen waarvoor brandvoorschriften gelden, moeten voldoen aan strengere dimensionale eisen: een minimale aantrede van 200 mm en een optrede van 180 mm, wat leidt tot een maximale helling van 37°.

Het groene vlak uit de grafiek van afbeelding 1 illustreert het aanbevolen bereik voor de dimensionering van de aan- en optrede, rekening houdend met de formule van Blondel en de veiligheidscriteria.

Uitvoering van de draagstructuur en plaatsing van de natuursteenafwerking

Hoewel de uitvoering van de draagstructuur van de trap de verantwoordelijkheid is van de ruwbouwaannemer en niet van de natuursteenbewerker, kunnen de stenen niet gelegd worden zonder correctie van de betonnen ondergrond.

Bij deze voorbereidende stap wordt de aantrede aangepast met gestabiliseerd zand bestaande uit wit cement, om vlekken op de steen te voorkomen. De opvulling moet echter beperkt worden tot maximaal 50 mm onder de treden en 30 mm achter de stootborden (zie afbeelding 2). Als grotere aanpassingen nodig blijken te zijn, dan moet de bouwheer hiervan op de hoogte gebracht worden.

Afb. 1 Aanbevolen waarden voor de dimensionering van een trap.

BK_2026_04_24_Afb_1
Buildwise

Vóór de plaatsing van de afwerking moet er rekening gehouden worden met de volgende punten:

valincidenten treden meestal boven- en onderaan de trap op (zie Buildwise-artikel 2024/03.01 over de verlichting van trappen). Daarom moet er bijzondere aandacht besteed worden aan de afmetingen van de eerste en laatste trede, die kunnen variëren naargelang van de afwerking van de tussenbordessen

het is belangrijk om te controleren dat alle zichtbare randen van de stenen een afschuining van 2 tot 3 mm hebben. Als er onder de steen een net zit, dan moet dit bij alle uitstekende delen (bv. de tredeneus) verwijderd worden

bij heel diepe treden is het soms niet nodig om in een tredeneus te voorzien. Vaak is dit echter toch aangeraden voor de veiligheid en de bescherming van de stootborden. Voor aantredes tussen 220 en 240 mm worden doorgaans tredeneuzen aanbevolen van 25 tot 40 mm. Een waarde van 50 mm mag in geen geval overschreden worden.

De plaatsing van de afwerking begint met het aanbrengen van de steen op de trede (bv. op mortellijm), gevolgd door die op het stootbord. Vervolgens wordt de ruimte tussen het beton en het stootbord opgevuld. Deze stappen worden herhaald tot bovenaan de trap.

Als de trap tussen twee muren staat, dan moet er tussen de treden en de muren in een voldoende grote voeg voorzien worden om schade door de uitzetting van de steen te voorkomen (zie TV 213, § 3.3.1.5). Als één zijde vrij is, dan vormt de uitzetting minder een probleem en is er meer flexibiliteit in de keuze van de afwerkingen. Een voorafgaande coördinatie van de werken is essentieel om de afwerkingen tussen de treden en de muren te definiëren, vooral bij een uitvoering zonder plint.

Dimensionering van de afwerkingen

De dimensionering van de natuursteenelementen kan niet alleen gebaseerd worden op de afmetingen van de aan- en optrede van de draagstructuur, omdat deze enigszins zullen verschillen nadat de afwerkingen aangebracht zijn. De juiste afmetingen van de stenen kunnen bepaald worden door:

  • • voor de lengte van de steen van de trede, de aantrede van de draagstructuur op te tellen bij de lengte van de tredeneus en de dikte van de steen van het stootbord
  • • voor de hoogte van het stootbord, de dikte van de steen van de trede en de dikte van de voeg tussen de trede en het stootbord af te trekken van de hoogte van de trede van de draagstructuur.

Dus als de aantrede van de draagstructuur 210 mm diep is, met een tredeneus van 40 mm en een stootbord van 30 mm dik, dan zal de uiteindelijke lengte na de plaatsing van de stenen 280 mm bedragen, wat overeenkomt met een toename van zo’n 30 %.

2 mm!

Alle afmetingen van de treden van een trap (aantrede, optrede en tredeneus) moeten identiek zijn, met een maximale afwijking van ± 2 mm ten opzichte van de voorziene afmetingen. Deze strikte tolerantie garandeert de veiligheid van de trap. 


>

Samenvatting van een artikel, verschenen om de pagina’s 6-7 van het Buildwise Magazine november-december 2024. Enkel de originele tekst geldt als referentie. 

Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten