Buildwise: Nieuwe TV over binnenisolatie
De nieuwe Technische Voorlichting van Buildwise (TV 300) gaat over de binnenisolatie van bestaande gevels uit baksteen en beton met een maximale hoogte van 25 meter. Deze techniek verbetert niet alleen de energie-efficiëntie van de gebouwen, maar ook het thermische en akoestische comfort van de bewoners.
Afb. 2 Systeem zonder draagstructuur, waarbij de isolerende blokken op basis van extra licht cellenbeton tegen de muur verlijmd worden.
Hoewel de buitenisolatie van gevels doorgaans de voorkeur geniet, kan een binnenisolatie volgens de TV 300 een interessante optie vormen voor gebouwen waarvan het uitzicht van de gevel niet kan of mag gewijzigd worden. Deze manier van werken verbetert het thermische comfort in de winter, maar vermindert de thermische inertie van het gebouw.
Vooronderzoek
Vooraleer men overgaat tot het isoleren van een gevel langs de binnenzijde moet men nagaan of deze schade vertoont en dient men de oorzaak hiervan te achterhalen (opstijgend vocht). Men dient ook de blootstelling aan slagregen te bepalen, de vorstbestendigheid van het metselwerk te controleren, de aanwezigheid van dampremmende materialen in de gevel op te sporen (bv. buitenverven) en na te gaan of er houten of metalen elementen ingewerkt zijn in de gevel (bv. vloerbalken of lateien). Na het aanbrengen van een binnenisolatie kan het risico op een degradatie van deze materialen (bv. door houtrot of corrosie) immers toenemen.
Types binnenisolatiesystemen
In functie van de bevestigingswijze wordt er in de TV 300 een onderscheid gemaakt tussen:
- • systemen met een bijkomende draagstructuur, waarbij de isolatie zich tussen een houten of metalen stijl- en regelwerk bevindt en de luchtdichtheid verzekerd wordt door een membraan of plaatmateriaal
- • systemen zonder draagstructuur, waarbij de isolatie tegen de muur bevestigd wordt met behulp van een hechtingsmiddel en/of mechanische bevestigingen en de luchtdichtheid tot stand gebracht wordt door de binnenafwerking.
Op hygrothermisch vlak maakt de TV een onderscheid tussen:
- • dampremmende systemen, waarbij de dampdiffusie doorheen de gevel beperkt wordt
- • dampopen hygroscopische systemen, waarbij het damptransport niet verhinderd wordt en het vocht tijdelijk opgenomen wordt dankzij de hygroscopische eigenschappen van de isolatie.
Welk systeem kiezen?
Bij de keuze van een binnenisolatiesysteem komen verschillende criteria kijken. In de TV 300 wordt de aandacht toegespitst op de technische criteria zoals de staat van de ondergrond, de draagkracht van het isolatiesysteem, de beschikbare plaats en het respect voor het milieu. Wat dit laatste punt betreft: zelfs als er rekening gehouden wordt met de impact van de productie en het transport van de materialen, zorgt een binnenisolatie voor een aanzienlijke vermindering van de milieu-impact van de gebouwen door het warmteverlies doorheen de gevels te beperken. In de TV 300 wordt er ook gekeken naar biogebaseerde materialen, afkomstig uit gerecycleerde materialen of bijproducten uit de landbouw. Zo wordt benadrukt dat ‘biogebaseerd’ niet noodzakelijk synoniem is met een lage impact over de totale levenscyclus van het gebouw.
Afb. 1 Na-isolatietechnieken voor gevels.
Hygrothermisch ontwerp
Het hygrothermische ontwerp heeft als oogmerk om de eigenschappen vast te leggen waaraan de componenten van het isolatiesysteem moeten voldoen teneinde de gewenste thermische prestaties te behalen, zonder risico op schade (bv. condensatie). Het desbetreffende hoofdstuk van de TV gaat dieper in op de bepaling van de vereiste isolatiedikte, de bepaling van de slagregenbelasting (verwaarloosbaar, laag, hoog), de bepaling van de binnenklimaatklasse en het hygrothermische ontwerp op basis van de drie voormelde factoren.
De TV 300 bevat ook een aantal dimensioneringstabellen voor de verschillende binnenisolatiesystemen.
Bouwdetails
De bouwdetails hebben een sterke invloed op de thermische prestaties van een binnenisolatiesysteem. Een slecht ontwerp kan leiden tot een daling van de oppervlaktetemperatuur, wat gepaard kan gaan met het optreden van condensatie of de ontwikkeling van schimmels. De behandeling van de bouwdetails kan soms echter een aantal moeilijkheden met zich meebrengen (bijkomende werkzaamheden, beperkingen op het vlak van ruimte). Daarom stelt de TV 300 een pragmatische benadering voor, meer bepaald de behandeling van bepaalde details op een minder optimale, maar in de praktijk haalbare manier. Deze benadering is doeltreffender dan een totaal gebrek aan isolatie.
Controle en onderhoud
De controle van de uitvoering is uiterst belangrijk: luchtdichtheid, gebreken in de isolatie (bv. verzakkingen), thermische prestaties ... Tot slot moeten de bewoners het binnenisolatiesysteem ook goed onderhouden. Hiertoe dienen ze het binnenklimaat te beheersen, de luchtdichtheid te garanderen, de karakteristieken van het isolatiesysteem in aanmerking te nemen en over te gaan tot een regelmatige controle van het gebouw.