Het belang van een poriënvuller bij de afwerking van bepaalde houtsoorten
Bepaalde houtsoorten hebben grote poriën die vooraf opgevuld moeten worden met een poriënvuller om een efficiënte en duurzame bescherming van de afwerking te garanderen. Als dit niet gebeurt, dan kan de verflaag op sommige plaatsen te dun zijn, waardoor water gemakkelijk kan binnendringen en er vroegtijdige beschadigingen kunnen optreden.
Afb. 1 Interne structuur van hout.
Een poriënvuller is een product dat vóór de afwerking aangebracht wordt. Het vult de poriën van het hout op, egaliseert het oppervlak en regelt de absorptie van de coating.
Hout kan sterk variëren in structuur: de grootte en de schikking van de cellen, vezels en vaten hebben een rechtstreekse invloed op het uitzicht en de textuur van het hout (zie afbeelding 1). We onderscheiden doorgaans drie categorieën:
- fijnporig hout: kleine (30 tot 40 µm) en dichte vezels en vaten met een regelmatige en homogene verdeling en een glad oppervlak (esdoorn, berken, itauba, moabi ...)
- middelporig hout: gemiddelde textuur (notenhout, teak, Afrikaans mahonie, sipo, kastanje, movingui, kanda, meranti dark red, jarrah, jatoba, kasai …)
- •grofporig hout: brede vezels en vaten met grote variaties in afmetingen (60 tot 300 µm), ruwer oppervlak (iroko, essen, eiken, afzelia doussié, wengé, padoek, robinia, limbati, merbau ...).
Afb. 2 Voorbeeld van het overschilderen van grofporig hout zonder poriënvuller.
Bij hout met grote vaten (grofporig) is het gebruik van een poriënvuller aangeraden om een gladde en regelmatige afwerking te verkrijgen. Als ze gesneden worden, dan vormen deze vezels en vaten immers poriën en holtes die aanzienlijke diameters kunnen bereiken (soms tot 0,3-0,5 mm). Sommige ervan kunnen meerdere centimeters diep in het hout dringen. Ze maken het oppervlak op sommige plaatsen meer absorberend (zie afbeelding 2), wat niet alleen variaties in het uitzicht veroorzaakt, maar vooral aanleiding geeft tot verschillen in de dikte van de verflaag of plaatselijk zelfs tot het volledig ontbreken ervan. In deze zones is het mogelijk dat de afwerking niet genoeg bescherming biedt. De naleving van de verfdiktes is namelijk een van de belangrijkste factoren om de prestaties en de bescherming van de verf bij buitentoepassingen te garanderen (zie Buildwise-artikels 2023/03.06, 2021/02.11 en 2020/04.08). Wordt deze dikte niet gerespecteerd, dan bestaat er een risico op grotere waterinfiltraties en op de voortijdige aantasting van het hout.
Afb. 3 Plaatselijk gebrek aan verf op een raamkader omwille van poriën in het hout: de afwerking vormt geen doorlopende laag.
Grofporige loofbomen (essen, iroko, eiken ...) hebben meestal een poriënvuller nodig. Deze noodzaak hangt ook af van het absorptiegedrag van het hout (gedrag van de primer, macroscopisch aspect …). Het aantal vaten of poriën aan het oppervlak kan immers variëren naargelang het houten element of de zaagwijze (dosse, kwartier, vals kwartier). Visuele verschillen in de structuur van het hout of het uitzicht van de afwerking tijdens het aanbrengen kunnen wijzen op de behoefte aan een poriënvuller (zie afbeelding 3).
Poriënvullers zijn verkrijgbaar in de vorm van pasta’s (kit of pleister) of vloeibare, vaak transparante producten. Sommige zijn alleen geschikt voor binnentoepassingen en niet voor buitentoepassingen. Voor pleisters moet het oppervlak na het aanbrengen en vóór het schilderen geschuurd worden met een fijne korrel. Op oppervlakken met kleine afmetingen of veel hoekveranderingen (zoals raamkaders) is het gebruik van een poriënvuller in de vorm van een pleister moeilijker (zie afbeelding 3). In dat geval is een vloeibaar product beter. Het aanbrengen van een tweede laag primer of een extra afwerklaag kan soms dezelfde functie vervullen als een poriënvuller en na afloop van de werken zorgen voor een homogenere en continuere dekking van het hout (zie afbeelding 4).
Afb. 4 Toepassing van twee lagen primer: de poriën zijn opgevuld en de verf vormt een continue, regelmatige en homogene coating.
Samenvatting van een artikel, verschenen op de pagina’s 14-15 van het Buildwise Magazine november-december 2026. Enkel het originele artikel, opgesteld in het kader van de Normen-Antenne ‘Afwerkingen’, gesubsidieerd door het NBN, geldt als referentie. Een deel van de resultaten werd verkregen in het kader van het eindwerk van Antoine Degrez in samenwerking met Hout Info Bois.