Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Bouwprojecten

Interview | Het gebruik van glas in de projectbouw: hoe komt een betere uitvoering op de werf tot stand?

Met glas als onderwerp kun je in de bouwwereld vrijwel alle richtingen uit. De eerste opgave is dan ook om het thema nauwkeurig af te bakenen. Zelden was von Goethes gevleugelde uitspraak ‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’ meer van toepassing.

THEWINGS_DIEGEM_01_9990
AGC Glass Europe

Voor deze special kiezen we bewust voor één invalshoek: het gebruik van glas in de projectbouw. Daar is glas al lang geen passief invulmateriaal meer, maar een hoogperformante en technisch kritische bouwcomponent. Tegelijk blijkt op de werf nog te vaak dat problemen ontstaan door verkeerde aannames, gebrekkige detaillering of onvoldoende afstemming tussen de betrokken partijen.

Het is de logica zelve om voor meer informatie bij de glasproducenten zelf aan te kloppen, zij immers worden dagelijks met deze risico’s geconfronteerd. Hoe kijken zij naar de toepassing van glas op grotere werven en waar ligt volgens hen de sleutel tot een betere uitvoering? In de Benelux kun je nauwelijks om AGC Glass Europe heen, met hoofdkwartier in Louvain-la-Neuve. AGC is geen klassieke glasproducent, maar vormt een geïntegreerd industrieel netwerk dat productie, verwerking, distributie en engineering combineert. België vormt daarbij de kern met een sterke focus op hoogtechnologische projectbouw en gevelsystemen, terwijl Nederland vooral inzet op distributie, verwerking en lokale projectondersteuning. We schotelden Niels Schreuder, Public Affairs & Communicatie, AGC Glass Europe, een tiental gerichte vragen voor die hij intern voorlegde aan een expert. 


Photo-01
AGC Glass Europe

Welke projectparameters zijn voor jullie doorslaggevend bij het bepalen van de juiste glasspecificatie?’

“Samenvattend kun je stellen dat de juiste glasspecificatie een balans is waarbij duurzaamheid en levensduur steeds vaker de overkoepelende factoren vormen. Vanuit dat oogpunt kijken we naar diverse parameters: duurzaamheid en milieu-impact, thermische prestaties in balans, veiligheid en belastingen, afmetingen en gewicht, akoestische eisen, esthetiek en lichttransmissie of LTA en beveiliging.”

“Je kunt er niet omheen dat duurzaamheid en milieu-impact de nieuwe prioriteiten zijn. Hierbij analyseren we de volledige levenscyclus van het glas, met de CO2-uitstoot tijdens de productie (EPD-waarde), de afwezigheid van toxische stoffen en de circulariteit van het product. Een lange, geteste levensduurverwachting is hierbij cruciaal. Bij de thermische prestaties zijn de U-waarde (isolatie) en g-waarde (zonwering) van essentieel belang, maar dat mag niet ten koste gaan van alles. De uitdaging is om uitstekende isolatiewaardes (zoals van drievoudig glas) te bereiken zonder de nadelen van het gewicht en de dikte. Innovaties zoals vacuümglas bieden hier een oplossing. Daarnaast blijft veiligheid en belastingen een absolute basisvoorwaarde. We berekenen de benodigde sterkte op basis van wind- en sneeuwbelasting. Het lagere gewicht van moderne oplossingen zoals vacuümglas kan de belasting op de constructie aanzienlijk verlagen.”

“Vergeet bij dit alles niet dat je ook rekening moet houden met de afmetingen en het gewicht. Grotere afmetingen zijn gewenst, maar het gewicht van traditioneel hoogrendementsglas, vooral dan drielaags glas, vormt vaak een beperking voor de constructie en het hang-en-sluitwerk. Een dunnere, lichtere glassoort met dezelfde prestaties biedt hier aanzienlijk meer vrijheid. Bij de akoestische eisen is geluidsisolatie (Rw-waarde) belangrijk, maar hoeft dit niet altijd te leiden tot dikke, zware en complexe gelaagde samenstellingen. Bij de LTA stel je vast dat de vraag naar slanke profielen en maximale transparantie vaak conflicteert met de dikte van hoogisolerend glas. Dunnere glassoorten maken esthetisch verfijndere oplossingen mogelijk. Bij de beveiliging, tot slot, houd je rekening met eisen zoals brandwering, inbraakwering en kogelwerendheid. Die integreer je in een duurzame totaaloplossing.”

Vertalen we dit alles naar aannemers en/of ontwerpers, waar merk je dan dat zij het vaakst verkeerde aannames maken?

“Belangrijk hierbij is vooraf te stellen dat het in de praktijk vaak goed gaat. Toch zien we bij complexere projecten enkele hardnekkige misvattingen terugkeren. De meest opvallende daarbij is de aanname dat een hoge isolatie gelijkstaat met dik en zwaar glas. Deze misvatting berust op de aanname dat een zeer lage U-waarde (onder 1.0 W/m²K) alleen haalbaar is met zwaar en dik drievoudig glas. Men is er zich vaak niet van bewust dat er alternatieven bestaan. Denk dan aan, bijvoorbeeld, vacuümglas, dat de isolatiewaarde van drielaags glas biedt met de dikte van enkel glas.”

“Een andere klassieker is de focus op één enkele prestatie. Men staart zich blind op de U-waarde, zonder de gevolgen voor gewicht, constructie, logistiek en de totale milieu-impact (CO2-voetafdruk) mee te nemen. En nog zo’n vaste klant op het blunderlijstje: de onderschatting van het gewicht. Het gewicht van drievoudig glas wordt nog steeds onderschat, wat leidt tot problemen met de draagstructuur, de plaatsing en de keuze van het schrijnwerk.”

“Opvallend verder is hoe men circulariteit nog al te vaak als bijzaak beschouwt. Er wordt standaard aangenomen dat glas per definitie ‘duurzaam’ is, maar men kijkt te weinig naar wat er aan het einde van de levensduur gebeurt. Is dit product wel 100% recyclebaar zonder toxische reststromen? Ook de thermische breuk blijft een aandachtspunt, maar hier moet de analyse worden gemaakt op basis van de gekozen glassoort, die door zijn opbouw andere eigenschappen kan hebben.”

THEWINGS_DIEGEM_03_9878
AGC Glass Europe

Communicatie in beide richtingen is van cruciaal belang, dat spreekt vanzelf. Als een aannemer bij een producent aanklopt, welke informatie moet hij dan minimaal aanleveren?

“Willen we een toekomstgerichte en duurzame specificatie garanderen, dan moeten we allereerst al weten welke de ambities zijn op het vlak van duurzaamheid. Wat zijn de doelstellingen voor het project qua circulariteit, CO2-reductie (EPD-score) en levensduur? Verder kunnen we niet zonder gevelaanzichten en plattegronden met duidelijke afmetingen en moeten we de precieze locatie van het project kennen voor het bepalen van wind- en sneeuwzones. Uiteraard moet ons ook verteld worden wat de functie van het gebouw of de gebouwen zal zijn en hoe het zit met de oriëntatie van de gevels.”

“Op het vlak van prestatie-eisen moeten we weten welke Ug-, g-, LTA-waarde en akoestische Rw-waarde er nodig zijn. Verder moeten we ook op de hoogte gebracht worden van specifieke veiligheids- en beveiligingseisen. Denk dan, bijvoorbeeld, aan zaken als doorvalbeveiliging of inbraakwerendheid. En gaat het om renovatie, dan moet men de details en afmetingen van het bestaande schrijnwerk meegeven.”

“Innovaties zullen gerelateerd zijn aan 
duurzaamheid en milieu”

We moeten niet enkel bekijken wat er nu is, maar ook wat er binnenkort op ons afkomt in de projectbouw. Onze vraag welke evoluties of innovaties in glas de volgende jaren de meeste invloed zullen hebben, wordt enthousiast beantwoord. Kort samengevat blijkt het vooral te zullen gaan om innovaties die gerelateerd zijn aan duurzaamheid en milieu. Die zullen aangestuurd worden door mondiale, Europese en Belgische wetgeving, afspraken en doelstellingen voor gebouwen en fabrikanten. Voor glasproducten betekent dit een verschuiving naar een integrale beoordeling die verder gaat dan enkel de prestaties, zoals de isolatiewaarde.

“De vraag is natuurlijk hoe je een en ander omzet in de praktijk. Hiervoor moeten we de prestaties van producten afzetten tegen de impact op het milieu, met onder andere CO2 en robuustheid uitgedrukt in levensduur. Ook moeten we kijken naar de risico’s op aantasting van het glas door bijvoorbeeld vocht of niet-verdraagzame materialen. Daarnaast is het van essentieel belang dat de producten geen toxische stoffen bevatten. Aan het einde van de levensduur moeten we kunnen aantonen dat een product circulair is en geen afvalstromen achterlaat.” 

Om het bovenstaande te vertalen in een concreet voorbeeld wijst onze gesprekspartner naar een product voor gevels uit het eigen aanbod: Fineo vacuümglas. Dat scoort volgens de producent veel beter over de totale cyclus, in vergelijking met traditioneel isolatieglas (dubbel- en drievoudig glas). 

“Dit product heeft de dikte van enkel glas, gekoppeld aan de fotometrische waarden van dubbelglas en de thermische isolatie van drievoudig glas. Tests wijzen bovendien uit dat het een levensduurverwachting heeft van minstens 60 jaar. Bij de productie worden er geen toxische stoffen gebruikt en het product is aan het einde van zijn levensduur volledig recyclebaar. Kortom: we scoren significant beter over de totale levenscyclus dan traditioneel dubbel- of drievoudig isolatieglas. Fineo speelt dus perfect in op wat de norm zal worden in de duurzame projectbouw.” 

Bij welke toepassingen ontstaan de meeste technische problemen?

“Hierbij merken we dat die meestal ontstaan waar traditionele oplossingen tegen hun grenzen aanlopen. In dit geval kunnen innovaties oplossingen bieden. Neem nu een renovatieproject… Daar merk je vaak dat het grootste probleem het plaatsen van hoogisolerend glas in bestaande, vaak dunne profielen is. In dat geval vormt drievoudig glas bijna nooit een optie. Slanke, lichte oplossingen zoals vacuümglas kunnen hier de ideale probleemoplosser worden. Of denk aan de populaire XXL-glaspanelen, waarvan de complexiteit schuilt in hun gewicht. Door te kiezen voor een lichter glastype met dezelfde isolatiewaarde worden de logistiek, de kraanvereisten en de belasting op de structuur aanzienlijk eenvoudiger beheersbaar. Ook bij structurele beglazing, zoals met vinnen, vloeren of balustrades, en bij dakbeglazing is het beheersen van het gewicht van cruciaal belang. Bij allebei biedt een lager eigen gewicht van het glas voordelen voor de verbindingen, de onderliggende structuur of de dakconstructie.”

Bekijken we het specifiek op de werf, dan zien we dat hier al te vaak glasbreuk voorkomt. Wat zijn daar de meest voorkomende oorzaken van?

“Helaas heeft dit bijna altijd te maken met hoe men met het materiaal omspringt op de werf zelf. Hoewel het product zelf robuust is, blijft glas kwetsbaar tot het geplaatst is.”

“Wat je veel ziet, is impactschade. Er wordt tegen de randen gestoten met gereedschap of andere materialen en net op die meest zwakke plaats heb je al eens prijs. Nog een opvallende misser is het foutief opslaan van het materiaal. Glas plat neerleggen of op een ongelijke ondergrond plaatsen, kun je bezwaarlijk een goed idee noemen. Aansluitend daarbij is er de verkeerde plaatsing. Glas in een te krappe sponning forceren of de verkeerde glasblokjes gebruiken, het blijft voorkomen. Met hierbij een opmerking en tip: lichtere glaspanelen zijn vaak makkelijker en met minder risico te manipuleren tijdens de plaatsing. En niet te vergeten: de thermische shock waarover we het al hadden. Vermijd grote, plotse temperatuurverschillen op het glasoppervlak.”

Over naar het materiaal zelf: kunnen er op dit vlak aandachtspunten naar voren worden geschoven?

“Zeer zeker, een aantal zaken wordt wel degelijk onderschat en dat leidt regelmatig tot discussies. Eentje daarvan moet je zoeken bij de relatie tussen de glasdikte en de profielkeuze. Al te vaak onderschatten mensen hoe de keuze voor dik (drielaags) glas leidt tot loggere en duurdere profielen. Een dunner glastype laat veel slankere en esthetisch verfijndere detaillering toe, wat de architecturale visie ten goede komt. Ook de sponningdrainage, de glasblokjes en de voorziene toleranties belanden nog al te vaak op dit lijstje. Vergeet nooit hoe essentieel sponningdrainage is voor de levensduur van elk type glas om delaminatie en aantasting van de randverbinding te voorkomen. Bij de glasblokjes zijn zowel het materiaal als de positionering van cruciaal belang. Hier kan het lagere gewicht van innovatief glas de eisen aan de blokjes en de lastoverdracht vereenvoudigen. En laten we er nog even op wijzen: voldoende ruimte voorzien tussen het glas en het kader is een must. Bij renovaties biedt dunner glas meer speling en is het makkelijker in te passen in bestaande toleranties.”

THEWINGS_DIEGEM_08_0011
AGC Glass Europe

De uitvoeringsfase van een werf komt eraan. Hoe kunnen aannemers dan het beste ondersteund worden?

“Simpel: een goede ondersteuning focust op een vlekkeloze en duurzame uitvoering. Dat betekent dat je de nodige documentatie levert gericht op duurzaamheid en dus de EPD (Environmental Product Declaration) voor de CO2-berekening aflevert. Dit bewijst de circulariteit en afwezigheid van toxische stoffen. Verder bezorg je constructieve berekeningen en analyses die rekening houden met het specifieke (en vaak lagere) gewicht van het gekozen glas, duidelijke plaatsingsvoorschriften en de correcte codering van de panelen. Advies over een duurzame logistiek is eveneens handig, je minimaliseert graag zoveel mogelijk het aantal bewegingen en de impact op de werf. Uiteraard zijn er ook nog de garantiecertificaten die de beloofde lange levensduur aantonen.”

Wie het woord werf uitspreekt, heeft het in één en dezelfde adem ook over het logistieke plan. Welke zijn bij glas dan de problemen die de kop opsteken bij grotere werven?

“Logistiek is inderdaad een domein waar de keuze voor het juiste type glas een enorme impact heeft. Het zal wellicht niet verrassen dat de grootste problemen worden veroorzaakt door het gewicht en het volume. Bekijk je het aan de hand van transportbewegingen en de CO2-uitstoot, dan zie je dat drievoudig glas zwaar en volumineus is, wat tot gevolg heeft dat er minder vierkante meters glas per vrachtwagen vervoerd kan worden. Een lichter en dunner alternatief reduceert het aantal transportbewegingen, de kosten en de milieu-impact aanzienlijk.”

“Wat geregeld ook voor problemen zorgt, zijn de kraancapaciteit en de kraanplanning. Zwaar glas vereist grotere, duurdere kranen die niet altijd beschikbaar of eenvoudig te plaatsen zijn. Lichter glas vermindert de afhankelijkheid van zwaar materieel. Op de werf zelf zie je glasbokken met dik glas dan weer veel kostbare ruimte innemen. Dunnere glasplaten zorgen voor compactere bokken en dus een efficiënter ruimtegebruik. Vergeet als aannemer trouwens ook niet dat lichtere vrachten en kranen de bereikbaarheid van complexe (binnenstedelijke) werven verbeteren.”

Een veel voorkomend gespreksonderwerp is het niet onmiddellijk betrekken van alle gesprekspartners tijdens de ontwerpfase. In welke situaties raad je aan om jullie als producent al in de ontwerpfase te betrekken?

“Het antwoord kan niet eenduidiger zijn: zo vroeg mogelijk en al absoluut zeker wanneer de ambities hoog liggen op het vlak van duurzaamheid, esthetiek en prestaties. Wordt er bij projecten met hoge duurzaamheidsdoelstellingen gestreefd naar een lage CO2-voetafdruk, circulariteit en een lange levensduur, dan staat of valt alles bij de productkeuze. Een vroege betrokkenheid laat toe om de meest optimale, duurzame oplossing te integreren in het totaalconcept.” “Vroege betrokkenheid is al evenmin een luxe als er een vraag is naar een slank en verfijnd design. Schrijven de architecten slanke profielen en maximale transparantie voor, dan moeten we vroegtijdig kunnen aantonen hoe innovatieve, dunne beglazing dit mogelijk maakt zonder in te boeten op isolatie. Er vroeg bij zijn, is al evenzeer aangeraden bij complexe renovaties of bij niet-standaard toepassingen. Om te bepalen hoe moderne prestaties in een bestaand ‘jasje’ passen, is onze expertise essentieel. Gaat het om, bijvoorbeeld, structureel, XXL of gebogen glas, dan moeten we ook kunnen illustreren hoe het lagere gewicht van nieuwe technologieën het ontwerp haalbaarder kan maken. Kortom, door vroegtijdige betrokkenheid voorkomen we dat men vasthangt aan verouderde aannames en zorgen we ervoor dat de meest innovatieve en duurzame oplossing de standaard wordt. 

Normenkader: geen verordening, wel duidelijke richtlijnen

Welke normen bestaan er in België voor het gebruik van glas op de werf? Enigszins verrassend zien we daarbij dat er geen specifieke technische verordening bestaat die het gebruik van glas op de werf als één bindend geheel regelt. In plaats daarvan werkt de sector met een normatief kader, waarin vooral de NBN S 23-002-reeks een centrale rol speelt. Deze normen bepalen onder meer welke glassoorten in welke toepassingen vereist zijn, met bijzondere aandacht voor veiligheid, zoals doorval- en letselrisico’s.

Hoewel deze normen in principe niet wettelijk verplicht zijn, gelden ze in de praktijk als de referentie voor goed vakmanschap. Ze worden vaak opgenomen in bestekken en spelen een belangrijke rol bij aansprakelijkheid en geschillen. Voor aannemers vormen ze dan ook het minimale kader waarbinnen glas correct moet worden gespecificeerd en toegepast.

Tegelijk volstaat de norm in projectbouw zelden op zichzelf. Complexe gevels, grote glasoppervlakken en specifieke prestatie-eisen vereisen bijkomende engineering, vaak in samenspraak met producenten en studiebureaus. In die zin is de norm geen eindpunt, maar het vertrekpunt voor een projectspecifieke uitwerking.

Om het een beetje genuanceerder te verwoorden: het is in België geen verplichting om een ​​norm na te leven. Pas wanneer er in wetten of aanbestedingsdocumenten naar wordt verwezen, wordt het naleven ervan verplicht. Vindt er evenwel een ongeval plaats en is de norm niet nageleefd, dan wordt de installateur daarvoor beoordeeld. Indirect kun je het naleven van deze normen dus wel een verplichting noemen. 


Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten