Van stadskantoor naar cultuurmachine
Het voormalige administratief centrum in de Hasseltse binnenstad ondergaat een ingrijpende transformatie tot het Kunstenhuis Groenplein, een hoogtechnisch cultuurcomplex met theaterzaal, cinemazalen, repetitieruimtes en een rooftopbar. De grootste uitdagingen liggen in het behoud van de brutalistische gevel, de inbreiding van zware hightech functies, complexe sloop- en schoringswerken, strikte akoestiek en een logistiek krappe, binnenstedelijke werf.
Het Kunstenhuis Groenplein is een herbestemming van het voormalige Hasseltse administratief centrum. Het project kwam tot stand via een Design & Build-wedstrijd, die werd gewonnen door het team rond aannemer Democo samen met Archiles en ebtca architecten. In hun ontwerp stapelden de architecten de nieuwe hightech functies – zoals cinema, repetitieruimten en een vlakkevloerzaal – als een compacte doos in het bestaande volume. De iconische, brutalistische betongevel blijft volledig intact. Nieuw en oud met elkaar verzoenen vroeg ingrijpende, complexe sloopwerken: het volledige binnenvolume achter de gevel, vooral aan de zijde van de Lombaardstraat, werd uitgeknipt, inclusief koepels, kolommen, balken en delen van de luifel. De nieuwe hightech kern wordt gedragen door micropalen, volledig los van het bestaande gebouw, zodat akoestische scheiding en structurele onafhankelijkheid gegarandeerd blijven. De lowtech functies zoals foyer, kantoren en cultuurcafé blijven in de bestaande vleugel.
Luifels en een deel van de dakbogen werden voorzichtig weggenomen en gestockeerd.
Een deel van het administratief centrum werd volledig gedemonteerd om de nieuwe technische functies te integreren. Nadien werden de betonnen gevelelementen teruggeplaatst.
![]()
Het BEO-veld vormt de sleutel voor fossielvrije verwarming en koeling
Complexe sloopopgave
“Het was snel duidelijk dat we niet gewoon enkele ruimtes konden inpassen in het bestaande gebouw. De hoogtechnologische zalen vroegen vrije hoogtes, grote openingen en akoestische ontkoppeling, waardoor het volledige binnenvolume aan de zijde van de Lombaardstraat – Groenplein moest verdwijnen. Om dat veilig te kunnen doen, hebben we de volledige hoek van het gebouw geschoord, zodat de stabiliteit van de brutalistische gevel en de luifel gegarandeerd bleef. Pas daarna konden we starten met de gecontroleerde ontmanteling: de bovenste koepels, balken, kolommen en zelfs delen van de iconische luifel zijn gedemonteerd en zorgvuldig gestockeerd om later opnieuw te plaatsen. Ook de TT-liggers in het bestaande gebouw hebben we gecontroleerd ingesneden en met een kraan verwijderd. Zo kon geen enkele ongecontroleerde kracht op de zichtbetongevel worden overgedragen. Vervolgens hebben we de nieuwe doos in het gebouw geschoven. Dat proces vroeg om enorme precisie omdat elke stap invloed had op stabiliteit, akoestiek en erfgoed. Ondanks die complexe ingreep en toevoegingen ontstaat een nieuw kunstenhuis achter een vertrouwde gevel in het Hasseltse stadsbeeld”, begint projectleider Erwin Goris de toelichting.
Doordacht stappenplan
De sloop- en schoringsfase was een van de meest technische onderdelen van de werf. De combinatie van erfgoedbehoud, nieuwe circulatiekernen en grote technische doorvoeren maakte doorheen de vorderende sloopwerken bijkomende schoren noodzakelijk. Erwin Goris vervolgt: “We hebben horizontale schoren geplaatst omdat de verbinding tussen de oude lift- en trapkernen werd onderbroken. Daarnaast waren verticale schoringen nodig om de bogen op te vangen. Ook de keldermuren hebben we tijdelijk geschoord tot na het aanbrengen van permanente grondankers. Het was een chirurgische operatie in beton, waarbij windschoring, gevelschoring en kelderstabilisatie samenkwamen. Door het gecontroleerd uitknippen van het volume konden we bovendien exact bepalen waar de nieuwe funderingen moesten komen voor de hoogtechnologische bouwdelen. Die precisie was essentieel om het nieuwe volume volledig los van het bestaande gebouw te kunnen dragen.”
Slimme staalstrategie
Een andere uitdagende opgave in het herbestemmingsproject was het creëren van de vlakkevloerzaal op niveau -1. “Het ontwerp voorziet hier een grote overspanning zonder kolommen. Oorspronkelijk waren hier TT-liggers voorzien, maar hun gewicht en lengte maakten montage in de binnenstad bijzonder complex. Om dat risico te counteren hebben we als alternatief gekozen voor Delta Beam-liggers in combinatie met zelfdragende breedvloerplaten van 10 cm dikte. Een bijkomend voordeel van deze oplossing is dat we geen ondersteuning moesten plaatsen in de 11 m hoge zaal”, vertelt Erwin Goris.
Stilte als constructie-eis
De combinatie van theater, cinema en repetitieruimten vroeg een uitzonderlijk strikte akoestische strategie. Alle zalen zijn volgens het box-in-box-principe opgebouwd. Elke ruimte is daarbij volledig ontkoppeld van de ruwbouw. “Voor de repetitieruimten en cinema hebben we een Stravifloor-systeem toegepast. Dit zijn liggers op rubberen pads, afgewerkt met houten platen, folie en een gewapende betonplaat van 20 cm. De cinema kreeg bovendien een hellende vloer, terwijl plafonds verend zijn opgehangen en het buizengrid voor theaterverlichting zelfs apart verend is bevestigd om trillingen te vermijden. Elke aansluiting, elke doorvoer moest perfect zijn, want één fout creëert een akoestische brug. Het is een stille machine geworden, midden in de stadsdrukte.”
Een klassiek probleem bij renovatieopdrachten is het risico op koudebruggen en condensvorming, zeker omdat het gebouw is opgebouwd uit prefabstructuren met aangestorte knoopverbindingen zonder thermische ontkoppeling. “Omdat het brutalistische gevelbeeld behouden moest worden, konden we niet isoleren langs de buitenzijde zoals bij een nieuwbouw. We hebben gekozen voor Multipor-blokken aan de binnenzijde. Die isoleren en hebben een vochtregulerend vermogen. Zo blijft de gevel zichtbaar én bouwfysisch veilig.”
De keuze voor een lichter en zelfdragend plafondconcept vereenvoudigde de logistieke en bouwkundige uitdagingen.
Energie uit de diepte
Een cruciale beslissing in het bouwconcept was de keuze voor een duurzaam en fossielvrij energiesysteem. In de ontwerpfase werd eerst gedacht aan een lucht-waterwarmtepomp, maar die optie bleek akoestisch te storend voor de omliggende woon- en handelsstraten. “In overleg met de stad hebben we daarom gekozen voor een BEO-veld dat het volledige Groenplein beslaat. Het systeem bestaat uit 27 boringen van 150m diep. Samen staan ze in voor seizoensgebonden opslag van warmte en koude. De aanleg van het BEO-veld werd gekoppeld aan de heraanleg van het Groenplein, waardoor ondergrondse infrastructuur en bovengrondse inrichting in één geïntegreerde werffase konden worden uitgevoerd. De integratie van het BEO-veld vroeg ook een nauwkeurige afstemming met bestaande nutsleidingen, funderingen en de ondergrondse circulatie van het kunstenhuis”, aldus Erwin Goris.
Choreografie in de binnenstad
Logistiek was een dagelijkse puzzel. De werf ligt midden in het commerciële centrum van Hasselt, met smalle straten en beperkte manoeuvreerruimte. Vrachtwagens tot 10 meter kunnen de werf bereiken via vaste routes. “We hadden een badge om de verzinkbare palen te bedienen om transporten te laten passeren. Langere transporten waren heel wat complexer. Ze moesten het centrum achterwaarts inrijden via de Demerstraat en dat onder politiebegeleiding. Dergelijke transporten en begeleiding moesten we minstens drie dagen vooraf melden. Het monteren en demonteren van de torenkraan gebeurde op zondag om het handelscentrum niet te verstoren. Om de logistiek in goede banen te leiden, hadden we dagelijks om 8 uur een teamoverleg om de leveringen op elkaar af te stemmen.”