Klimaatopwarming dreigt woningen massaal te doen oververhitten
Als we niet snel ingrijpen, dreigt – afhankelijk van hoe sterk de aarde opwarmt – vrijwel elk huishouden in België te maken te krijgen met oververhitting in de woning. Dat blijkt uit recent onderzoek van KU Leuven en de onderzoeksgroep van archipelago architects naar de impact van klimaatverandering op Belgische huizen en appartementen.
Vandaag worden woningen in ons land zelden meer dan 40 dagen per jaar blootgesteld aan buitentemperaturen boven 25°C. In een wereld die 2°C warmer wordt, zou dat al voor één op de vijf woningen gelden, blijkt uit de studie van Jozefien Schoofs (KU Leuven). Bij een opwarming van 3°C loopt dat op tot negen op de tien woningen. Met andere woorden: bijna alle Belgische gezinnen zouden de gevolgen rechtstreeks voelen. De onderzoekers bekeken scenario’s van 2°C en 3°C mondiale opwarming. De grens van 2°C kan al rond 2039 bereikt worden, die van 3°C rond 2063 – in een worstcasescenario. Krachtige internationale klimaatmaatregelen kunnen die opwarming nog afremmen.
Hitte neemt sneller toe dan verwacht
Opvallend is dat de hittebelasting niet geleidelijk stijgt, maar versnelt naarmate de aarde verder opwarmt. “Elke extra tiende graad zorgt voor een disproportionele toename van het aantal getroffen woningen”, zegt professor geografie en klimaatwetenschapper Nicole van Lipzig. Bij 3°C opwarming zou het koelseizoen minstens twee maanden per jaar duren. Vrijwel alle woningen in België zouden dan kwetsbaar zijn voor oververhitting. Warme nachten maken het probleem nog zwaarder: ze verstoren de slaap en het herstelvermogen van het lichaam, met extra risico’s voor kwetsbare groepen.
Structureel oververhittingsprobleem
Dat de grens van 1,5°C gemiddeld al buiten bereik ligt, maakt actie volgens de onderzoekers urgenter dan ooit. Bij 2°C opwarming – mogelijk al vanaf 2039 – kunnen we jaarlijks tot 11 hittegolfdagen tellen. (Een hittegolf bestaat uit minstens vijf opeenvolgende dagen van 25°C of meer, waarvan minstens drie boven 30°C.) In dat scenario kunnen 10 tot 15 keer meer woningen meer dan tien hittegolfdagen per jaar meemaken. Dat gaat om ruim een half miljoen huizen en meer dan 150.000 appartementen – vergelijkbaar met alle woningen in Gent, Antwerpen en hun randgemeenten samen. Bij 3°C opwarming wordt blootstelling aan hittegolfdagen zelfs de norm. Dan zouden meer dan 4,8 miljoen woningen jaarlijks met hitte geconfronteerd worden en zou ruim 90% van de Belgische gemeenten hittegevoelig zijn.
Anticiperen met passieve maatregelen
Volgens de onderzoekers moeten we zowel verdere opwarming tegengaan als onze gebouwen beter wapenen tegen hitte. Dat kan via natuurlijke koeling – bomen, water, schaduw – en door woningen slim te oriënteren en te ontwerpen zodat warmte minder binnendringt. Eerst moet warmte passief worden geweerd of afgevoerd, pas daarna mag actieve koeling in beeld komen. “Zonwering, intensieve (nacht)ventilatie, goede isolatie en voldoende thermische massa zijn cruciaal”, zegt burgerlijk ingenieur-architect Joost Declercq (archipelago architects, UHasselt). “Passieve strategieën moeten prioriteit krijgen op actieve koelsystemen, zoals ook in Europese richtlijnen staat. Airconditioning verhoogt immers de piekbelasting op het elektriciteitsnet en warmt de buitenomgeving extra op, wat het probleem in steden nog verergert.”
Hervorming energieregels als kans
De beheersing van zomercomfort wordt volgens Declercq minstens even belangrijk als het beperken van de warmtevraag in de winter. De geplande samenvoeging van EPB en EPC tegen 2028 en de herwerking van de energieregelgeving bieden een uitgelezen kans om zomercomfort structureel te verankeren. Volgens Kati Lamens (Netwerk Architecten Vlaanderen) groeit de aandacht voor zomercomfort bij bouwheren, maar blijft een domeinoverschrijdende aanpak vaak uit. “Regelgeving rond stedenbouw, energie en hemelwater is belangrijk, maar kan innovatieve oplossingen soms bemoeilijken, zoals het plaatsen van luifels of andere comfortmaatregelen.” Ze pleit voor oplossingen die tegelijk energieprestaties, waterbeheer en comfort verbeteren. Ook gedragsverandering is nodig. “Airco mag niet automatisch de eerste reflex zijn.” Klimatoloog Niels Souverijns (VITO) sluit zich daarbij aan. “Als iedereen massaal airco installeert, zullen de energiekosten ’s avonds sterk pieken. Bovendien produceren airco’s extra warmte, wat het hitte-eilandeffect in steden versterkt.” Een Europese studie toont bovendien aan dat we slecht voorbereid zijn op extreme hitte. “Technische oplossingen alleen volstaan niet. We hebben een bredere, integrale aanpak nodig.” Hilde Breesch, professor bouwfysica en duurzaam bouwen aan de KU Leuven heeft nog een boodschap. “We moeten een shift maken van verwarming naar oververhitting. Daar zijn veel meer maatregelen voor nodig. Ik roep architecten, studiebureaus en installateurs op om hier meer aandacht voor te hebben. En ik roep gebruikers toe om bij hun hittegolf hun gedrag aan te passen zoals de ramen overdag dicht te houden en ’s nachts te openen voor natuurlijke nachtkoeling.”
Beleid en ruimtelijke keuzes
Vlaams minister voor Landbouw en Omgeving Jo Brouns reageert op de studie: “We moeten zomercomfort een volwaardige plek geven in ons woonbeleid. Dat vraagt innovatie, durf en het delen van kennis en ervaringen. De woningen die we vandaag bouwen en renoveren, moeten klaar zijn voor de klimaatuitdagingen van morgen. De studies bieden ons daarbij concrete handvatten. De gevolgen van hitte kunnen we niet beperken met airco’s alleen; preventie en slimme inrichting van onze leefomgeving zijn minstens even belangrijk.”
Jo Brouns benadrukt het belang van voorbereiding: “We nemen een breed pakket aan maatregelen op het vlak van water en groen, investeren onder meer in de Blue Deal en in klimaatadaptatie, en zorgen voor een sponsachtige inrichting van onze omgeving zodat water beter wordt opgevangen en geïnfiltreerd. Dat betekent ook dat we bewuste keuzes moeten maken en minder ruimte mogen verharden. Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen speelt hierin een cruciale rol. Vlaanderen heeft vandaag een groot ruimtebeslag, waarvan ongeveer de helft verhard is. Als we de komende jaren 450.000 extra woningen bouwen, moeten we dit doen binnen het bestaande ruimtebeslag, zonder bijkomende open ruimte aan te snijden. Daarnaast werken we aan een actualisering van de adaptatiestrategie, waarin extra aspecten en maatregelen aandacht krijgen, waaronder gebouweisen. We moeten met z’n allen de handen in elkaar slaan om dat mogelijk te maken.” Hans Bonte, Vlaams minister van Klimaat en Energie, bevestigt eveneens de urgentie van de aandacht voor klimaatverandering. “Door de enorme CO2-uitstoot in de wereld krijgen we steeds vaker te maken met bosbranden, overstromingen en ouderen die lijden onder de hitte tijdens de zomer. Het veranderende klimaat heeft niet alleen een enorme invloed op onze planeet, maar ook op onze gezondheid. Het is dan ook belangrijk dat we ambitieus klimaatbeleid blijven voeren. Zo moeten we niet alleen overschakelen op propere alternatieven zoals zonne- en windenergie om zo onze uitstoot te beperken. Maar moeten we ook onze huizen klaarmaken voor de toekomst. En daarbij zijn innovatie, kennis en durf onmisbaar. Zo moeten we gezinnen helpen op een haalbare en betaalbare manier hun woning te renoveren, isoleren en ventileren. Daarbij is aandacht voor passieve koeling en warmtewering natuurlijk belangrijk. Daarnaast heeft ook de warmtepomp hierbij een essentiële plek in het beleid. De duurzame technologie helpt ons op koude dagen door het voorzien van propere warmte en als bonus het koelen van onze woningen op zomerse dagen.”