Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Duurzaamheid

Ondergronds ligt een erfenis van oude stookolietanks

Ga je je bestaande stookolietank vervangen door een nieuwe of schakel je over naar een andere verwarmingsinstallatie dan ben je wettelijk verplicht om je oude stookolietank buiten gebruik te stellen. Velen schuiven dit echter voor zich uit, waarddoor een omvangrijke erfenis van inactieve reservoirs achterblijft. Guido Saenen, technisch adviseur bij In4Fuels, waarschuwt voor uitstelgedrag bij eigenaars. “De tanks buiten gebruik stellen is specialistenwerk. Ga nooit zelf aan de slag met de schop en de slijpschijf.”

Renovatie Tank
Adobe Stock

In de praktijk blijven veel ondergrondse stookolietanks, na een omschakeling naar een andere energiebron, vaak ongebruikt liggen. “Nochtans legt de vernieuwde regelgeving sinds 2025 een duidelijke timing op voor de buitengebruikstelling”, zegt Guido Saenen. “Het gewoon onaangeroerd laten van een lege ondergrondse tank, ongeacht of hij al dan niet gekeurd is, is vragen om problemen. Door temperatuurschommelingen ontstaat er condenswater in het reservoir of sijpelt er grond- of regenwater in de tank. Omdat water zwaarder is dan stookolie, zakt het onvermijdelijk naar de bodem. Bij oude, enkelwandige metalen opslagtanks uit de jaren 60 of 70 zorgt dat stilstaande water voor versnelde corrosie van binnenuit. Voor je het weet, ontstaat er een lek en dringen de stookolieresten of het slib alsnog in de bodem.”  

Door de buitengebruikstelling voor je uit te schuiven, word je er sowieso weer mee geconfronteerd op het ogenblik dat je de woning bijvoorbeeld wil verkopen. "De notaris vraagt bij een verkoop niet alleen om een EPC- of asbestattest voor te leggen. Als je pand met stookolie wordt verwarmd, is er een algemene informatieplicht over het verwarmingssysteem en zal ook een tankkeuringsattest worden gevraagd. Als je intussen geen stookolie meer gebruikt, zal je een factuur of bewijs van de buitengebruikstelling moeten voorleggen en eventueel ook een attest dat de opslagtank door een erkende installateur buiten gebruik is gesteld. Als dat niet lukt, dreigt dit een pijnlijk struikelblok te worden tijdens de prijsonderhandelingen. Aangezien er geen centrale database bestaat voor dit soort attesten; moet je deze documenten zelf zorgvuldig bijhouden.” 

Niet voor doe-het-zelvers 

Bij veel Belgen is de verleiding groot om zelf voor de sanering in te staan, maar dat is geen goed idee. "Hoewel stookolie op zichzelf niet zomaar ontvlambaar is, zijn de achtergebleven gassen dat wel. Wie met een gewone slijpschijf gensters slaat in een slecht verluchte tank, riskeert een explosie. Professionals werken niet met een slijpschijf, maar gebruiken een vonkvrije knabbeltang om het metaal veilig te openen. Waar blijf je trouwens met de resten van de tank? Containerparken aanvaarden die volumes slib en brandstofresten immers niet.”  

Voor wie beslist om voor de verwarming over te schakelen naar een andere brandstof of als een oude tank afgekeurd wordt, eist de wetgever dat de installatie eerst volledig wordt geledigd, ontgast en gereinigd. “Dat moet, sinds de recente wetgeving van begin 2025, gebeuren binnen de 36 maanden. Resten stookolie en slib moeten dan via een erkende ophaler worden afgevoerd. Bij tankvervanging kan je wel je bestaande voorraad laten overhevelen naar je nieuwe tank. Daarna volgt de keuze tussen een fysieke verwijdering of het in situ opvullen van de tank.” 

"Verwijderen is de standaard tenzij dit materieel onmogelijk is of de verwijdering de stabiliteit van het gebouw of een aanpalend gebouw in gevaar zou brengen. Soms ligt zo’n reservoir pal onder een dragende fundering, een stabiliserende muur of zeer dicht bij het gebouw. In die gevallen kan je ervoor kiezen om de tank op te vullen met een inert materiaal, zoals zand, schuim of PUR. Bij ondergrondse opslagtanks, die rechtstreeks in de grond zijn gegraven, moet een erkende technicus expliciet in het attest vermelden waarom de tank niet verwijderd kan worden. Een bijbedenking is dat het kunststof opvulschuim weliswaar handig is bij de verwerking, maar als die tank toch ooit verwijderd moet worden, zal het schuim eerst verwijderd moeten worden vooraleer de tank naar de ijzerhandelaar kan.” 

Koolstofarme vloeibare brandstoffen 

In Vlaanderen mag je in bepaalde gevallen geen stookolieketel meer plaatsen. Het is wel toegestaan om een oude ketel te vervangen door een nieuwe, als er geen aardgasnet in de straat aanwezig is. Het vervangen van je bestaande opslagtank is wel overal toegestaan. Hoewel de markt van de traditionele, fossiele stookolie onmiskenbaar krimpt, is dit voor Guido Saenen zeker niet het einde van vloeibare brandstoffen in de verwarmingssector.  

"De energietransitie is geen zwart-witverhaal waarbij all-electric morgen overal de norm zal zijn", zegt hij. "Zeker in landelijke gebieden is het elektriciteitsnet vaak niet zwaar genoeg om overal warmtepompen te voeden. Daar blijven vloeibare brandstoffen noodzakelijk. De sector zet daarom volop in op de integratie van koolstofarme, hernieuwbare vloeibare brandstoffen (zoals HVO), die probleemloos en met minimale aanpassingen in moderne cv-ketels kunnen worden ingezet.”

Groen, oranje of rood 

Na ingebruikname moet je een stookolietank regelmatig laten controleren. Hoe vaak, hangt onder meer af van het volume van de tank en of het een ondergronds of bovengronds exemplaar is. In4Fuels heeft een tool ontwikkeld die duidelijkheid schept. [LK(1.1] 

Om de technische en wettelijke status van een stookolietank in één oogopslag duidelijk te maken, werkt de erkende technicus of milieudeskundige met een kleurensysteem via merkplaten. Dit systeem bepaalt of een leverancier de tank nog mag bevoorraden. "Jaren geleden was er sprake van ‘een groene dop’”, aldus Saenen, “maar dat is geen bewijs van keuring van de tank. Bepalend is de officiële merkplaat en het bijhorende keuringsattest. Een brandstofleverancier kan voorafgaand aan een levering vragen om het attest van de laatste controle voor te leggen.” 

  • Een groene merkplaat of klever betekent dat de tank voldoet aan de wettelijke bepalingen en verder mag worden gebruikt. 
  • Een oranje merkplaat betekent dat de tank niet voldoet aan de wettelijke bepalingen maar dat de vastgestelde gebreken geen aanleiding kunnen geven tot verontreiniging buiten de tank. De eigenaar of exploitant moet alle nodige maatregelen nemen om de tank opnieuw in goede staat te brengen en opnieuw laten keuren. 
  • Een rode merkplaat of klever betekent dat de opslaginstallatie niet voldoet aan de wettelijke bepalingen. Met een rode merkplaat of klever is het verboden de opslagtank te vullen.  

Wanneer is buitengebruikstelling verplicht? 

  • Na definitieve afkeuring: Een stookolietank moet definitief buiten gebruik worden gesteld wanneer het reservoir is afgekeurd (na het krijgen van een rode merkplaat) en een herstelling van de wanden of het aanbrengen van een extra binnenwand (membraan) niet meer mogelijk is.  
  • Termijn van 3 jaar: Zodra herstel uitgesloten is of de tank definitief niet meer wordt gebruikt, moeten de buitengebruikstellingswerken verplicht worden uitgevoerd binnen een termijn van maximaal 3 jaar (te rekenen vanaf de feitelijke buitengebruikstelling).  
  • De sanering start altijd met het ledigen en reinigen van het reservoir. Ondergrondse tanks moeten daarna in principe fysiek worden verwijderd; het opvullen met zand, schuim of een ander inert materiaal is enkel toegestaan wanneer verwijdering om technische redenen onmogelijk is. De werken moeten worden uitgevoerd door een erkend technicus (of milieudeskundige bij tanks vanaf 6.000 liter), die een officieel attest opstelt. De verplichting van dit attest geldt:  

o Sinds 1 maart 2009: voor ondergrondse tanks (< 6.000 liter) bij woningen.  

o Sinds 1 juni 2015: voor grote tanks (≥ 6.000 liter) bij woningen en tanks voor niet-verwarmingsdoeleinden (zowel onder- als bovengronds).  

o Sinds 1 oktober 2019: voor bovengrondse tanks (< 6.000 liter bij woningen), mits deze worden verwijderd.    

  • Stookoliegebruikers die in de toekomst met een lekke tank worden geconfronteerd, kunnen terecht bij Promaz, het fonds dat financieel en operationeel tussenkomt bij de sanering van de bodem, op voorwaarde dat de verontreiniging voor het eerst werd vastgesteld na 28 februari 2025. 

Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten