Ondergrondse spons maakt van gents citadelpark natuurlijke waterbuffer
Het Gentse Citadelpark wordt de komende jaren niet alleen bovengronds vernieuwd. Ook diep onder het historische park staat een ingrijpende verandering op stapel. Met het project ‘Ondergrondse Spons’ onderzoeken Stad Gent, Farys, iFLUX en Witteveen+Bos hoe regenwater ter plaatse kan worden vastgehouden en in de bodem geïnfiltreerd. In augustus gingen de eerste praktijkproeven van start. Als de techniek zijn potentieel waarmaakt, kan ze ook elders in Vlaanderen een oplossing bieden voor stedelijke locaties waar bovengronds weinig ruimte beschikbaar is.
Het uitgangspunt is eenvoudig: regenwater zo weinig mogelijk afvoeren via de riolering en het zoveel mogelijk benutten op de plek waar het valt. Tijdens de herinrichting van het Citadelpark wil Stad Gent daarom het hemelwater van gebouwen, paden en andere verharde oppervlakken afkoppelen. In totaal gaat het om een oppervlakte van ongeveer 7,4 hectare.
Dat water krijgt verschillende bestemmingen. Een deel wordt opgevangen voor hergebruik, een ander deel kan infiltreren in de bodem. Bij hevige regenval kan ook de grote vijver in het park als extra buffer fungeren. Zo moet het Citadelpark op termijn functioneren als een spons: water vasthouden wanneer er veel beschikbaar is en de grondwatervoorraad aanvullen voor drogere periodes.
Ideale bodem, beperkte ruimte
Het Citadelpark heeft voor die aanpak enkele belangrijke troeven. Het park ligt relatief hoog, heeft een goed doorlatende zandbodem en een diepe grondwaterstand. Daardoor is er ondergronds ruimte om water te infiltreren en tijdelijk in het bodemsysteem vast te houden.
Bovengronds ligt dat moeilijker. Het historische karakter van het park, de monumentale bomen, hoogteverschillen en bestaande infrastructuur beperken de mogelijkheden om overal klassieke infiltratievoorzieningen aan te leggen. Grote bijkomende wadi’s zijn bijvoorbeeld niet zomaar inpasbaar.
Daarom wordt naast regenwaterputten, infiltrerende goten, wadi’s en de bufferende vijver ook gekeken naar verticale grondwaterinfiltratie. Daarbij wordt overtollig regenwater via diepe infiltratieputten naar geschikte bodemlagen geleid. Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij zou via die techniek naar schatting 135 m³ regenwater per dag in de bodem kunnen infiltreren.
De aanpak maakt het mogelijk om een aanzienlijk volume water te verwerken zonder daarvoor veel ruimte aan het oppervlak in te nemen. Precies dat maakt de techniek interessant voor dichtbebouwde stedelijke omgevingen.
Meten wat er onder de grond gebeurt
Of het systeem in het Citadelpark daadwerkelijk op grotere schaal kan worden toegepast, moet eerst uitvoerig worden onderzocht. Begin juli werden daarom op verschillende plaatsen in het park tien peilbuizen en drie fluxputten geïnstalleerd. De peilbuizen meten de grondwaterstand. De fluxsensoren van iFLUX registreren daarnaast in welke richting het grondwater stroomt en hoe snel het zich verplaatst.
Op 17 augustus startte een volgende fase van het onderzoek. Aan de graskuip werden een pompput en een infiltratieput aangelegd tot een diepte van 20 meter. Met pompproeven en infiltratieproeven wordt onderzocht hoe de ondergrond reageert wanneer water wordt opgepompt of juist opnieuw in de bodem wordt gebracht.
Witteveen+Bos staat in voor het hydrogeologische onderzoek en ontwikkelde een driedimensionaal grondwatermodel van het gebied. De gegevens uit het veld worden aan dat model gekoppeld. Zo kunnen de onderzoekers niet alleen volgen waar het geïnfiltreerde water terechtkomt, maar ook bepalen hoeveel water veilig in de bodem kan worden gebracht en welke invloed dat heeft op de grondwaterstand.
Die resultaten vormen vervolgens de basis voor het definitieve ontwerp van de infiltratievoorzieningen.
275 m³ regenwater voor groenbeheer
De Ondergrondse Spons draait niet uitsluitend om infiltratie. Een deel van het opgevangen hemelwater wordt rechtstreeks hergebruikt. In het project is ongeveer 275 m³ aan regenwateropvang voorzien. Die voorraad kan onder meer worden ingezet als gietwater voor het groenbeheer in het park.
Daarmee pakt het project verschillende problemen tegelijk aan. Minder regenwater verdwijnt onmiddellijk in de riolering, waardoor het rioolstelsel tijdens hevige neerslag minder wordt belast. Tegelijk wordt water beschikbaar gehouden voor droge periodes en krijgt de grondwatervoorraad de kans om zich aan te vullen.
De ambitie reikt bovendien verder dan het park zelf. Stad Gent wil tegen 2030 een ondergrondse spons creëren die het grondwater niet alleen onder het Citadelpark, maar ook in de omgeving helpt aanvullen en op peil houden.
Proeftuin voor andere steden
Juist die combinatie maakt het project interessant voor andere Vlaamse steden en gemeenten. Klimaatadaptatie vraagt steeds vaker om ruimte voor water, terwijl die ruimte in stedelijke gebieden schaars is. Bovengrondse maatregelen zoals ontharding, wadi’s en open water blijven belangrijk, maar zijn niet overal voldoende of praktisch uitvoerbaar.
Verticale infiltratie kan in zulke situaties een aanvulling vormen. De praktijkproeven in Gent moeten duidelijk maken onder welke omstandigheden dat veilig en efficiënt kan gebeuren. De combinatie van sensormetingen, veldproeven en grondwatermodellering levert daarbij kennis op die ook op andere locaties bruikbaar kan zijn.
Het project loopt tot eind 2030 en heeft volgens de Vlaamse Milieumaatschappij een totale projectkost van bijna 730.000 euro. Daarvan wordt ongeveer 540.000 euro gesubsidieerd. Het initiatief maakt deel uit van het programma Circulair Water en kadert binnen het Vlaamse klimaatadaptatiebeleid en de Blue Deal.
Voor het Citadelpark betekent dat dat een belangrijk deel van de klimaatadaptatie straks nauwelijks zichtbaar zal zijn. Terwijl bovengronds het historische park behouden en vernieuwd wordt, moet onder het maaiveld een waterbuffer ontstaan die regenwater langer in het lokale watersysteem houdt. De proeven van deze zomer moeten uitwijzen hoe groot die spons uiteindelijk kan worden.