Stadslus: strakke samenwerking stuurt succesvol stadsproject
In mei 2023 startte Antwerpen met de heraanleg van de Stadslus, een complex infrastructuurproject in negen centrumstraten. De werken omvatten een volledige vernieuwing van de riolering, wegenis en traminfrastructuur. De context is bijzonder uitdagend met smalle historische straten, een complexe ondergrond vol nutsleidingen en de nood om bewoners, hulpdiensten en handelaars maximaal bereikbaar te houden.
Het infrastructuurproject Stadslus voorziet in de heraanleg van het openbaar domein in 9 historische centrumstraten in het Antwerpse stadscentrum
Met de Stadslus werkt Antwerpen aan een ingrijpende vernieuwing van een belangrijk stuk binnenstad. Het project omvat de heraanleg van onder meer Kipdorp, Sint-Jacobsmarkt, Wolstraat, Lange Nieuwstraat, Apostelstraat, Melkmarkt en enkele aangrenzende straten. Niet alleen de bovengrondse inrichting wordt aangepakt, ook de riolering en de traminfrastructuur worden volledig vernieuwd. De werken lopen sinds mei 2023 en zijn gespreid over drie grote fasen, die op hun beurt opnieuw in kleinere werkzones zijn opgedeeld. Die gefaseerde aanpak is geen luxe. Werken in het historische centrum van Antwerpen vraagt immers een uitzonderlijk nauwkeurige organisatie. De straten zijn smal, de panden oud en gevoelig, en onder de grond ligt een dicht netwerk van kabels en leidingen. Tegelijk moest de omgeving tijdens de uitvoering zo goed mogelijk blijven functioneren. Parkings, handelszaken, scholen, bewoners en hulpdiensten mochten niet zomaar afgesneden worden van de stad. Precies in dat spanningsveld toont het project zijn technische en organisatorische complexiteit.
BESIX Infra speelde op verschillende manieren op die uitdagingen in, om te beginnen al met de materieelkeuze. “Gezien de smalle straten en oude panden hebben we vooral bij de rioleringswerken aangepast materieel ingezet. Kleine rupskranen, binnendraaiers, … We hebben ook altijd met kleine vrachtwagens gewerkt, aangezien opleggers bepaalde locaties niet konden bereiken. Dankzij de inzet van het kleinere materieel, zijn de trillingen en bijgevolg de schade heel beperkt gebleven”, vertelt projectmanager Jeroen De Beleyr.
Om veilig te kunnen werken, paste BESIX Infra damplanken en continue sleufbeschoeiing toe in de bouwputten en sleuven voor de riolering
Doolhof onder de straatstenen
Eén van de grootste technische uitdagingen van het project zat in de ondergrond. In het Antwerpse stadscentrum kruisen oude en nieuwe nutsleidingen elkaar voortdurend. Dat vroeg dan ook om een intense coördinatie met de nutsmaatschappijen in de voorbereidingsfase. “We hebben heel veel coördinatievergaderingen gehad om alle nutsleidingen zo goed mogelijk in kaart te brengen. Verder hadden we tijdens de uitvoeringsfase een korte communicatielijn met de verschillende partijen om waar nodig nog aanpassingen uit te voeren op korte termijn. Dat bleek nodig, want tijdens de werken doken nog verrassingen op. Zo werd in de Wolstraat op het laatste moment nog een nieuwe gasleiding geplaatst omdat de bestaande leiding in conflict kwam met het tracé van de nieuwe riolering. Dankzij de goede verstandhouding tussen de partners hadden deze last minute ingrepen geen impact op de planning”, geeft Jeroen De Beleyr aan.
Oud kanaal, nieuwe kans
Opvallend in het project is ook de toepassing van prefab tramsporen en -panelen, een methode die voor het eerst in het Antwerpse stadscentrum werd toegepast. “Die methodiek hebben we hoofdzakelijk toegepast in het oude stadsdeel zoals de Wolstraat en Korte Nieuwstraat. Dit omdat we geen wapening en beton hoefden aan te voeren door de smalle straten. Bovendien gaat de plaatsing sneller en hebben de panelen een langere levensduur. Voor de plaatsing ervan hebben we samengewerkt met spoorspecialist Frateur De Pourq. Tegelijk vragen deze voordelen ook meer aandacht in de voorbereiding. De rioleringsputten moesten vooraf nauwkeurig geplaatst worden aangezien de deksels al ingewerkt zitten in de prefab panelen. Dit verhoogde de complexiteit van de rioleringswerken aanzienlijk”, geeft Jeroen De Beleyr aan.
Een deel van de tramsporen werd prefab geplaatst, een deel op de klassieke manier.
Doolhof onder de straatstenen
Eén van de grootste technische uitdagingen van het project zat in de ondergrond. In het Antwerpse stadscentrum kruisen oude en nieuwe nutsleidingen elkaar voortdurend. Dat vroeg dan ook om een intense coördinatie met de nutsmaatschappijen in de voorbereidingsfase. “We hebben heel veel coördinatievergaderingen gehad om alle nutsleidingen zo goed mogelijk in kaart te brengen. Verder hadden we tijdens de uitvoeringsfase een korte communicatielijn met de verschillende partijen om waar nodig nog aanpassingen uit te voeren op korte termijn. Dat bleek nodig, want tijdens de werken doken nog verrassingen op. Zo werd in de Wolstraat op het laatste moment nog een nieuwe gasleiding geplaatst omdat de bestaande leiding in conflict kwam met het tracé van de nieuwe riolering. Dankzij de goede verstandhouding tussen de partners hadden deze last minute ingrepen geen impact op de planning”, geeft Jeroen De Beleyr aan.
Oud kanaal, nieuwe kans
Opvallend in het project is ook de toepassing van prefab tramsporen en -panelen, een methode die voor het eerst in het Antwerpse stadscentrum werd toegepast. “Die methodiek hebben we hoofdzakelijk toegepast in het oude stadsdeel zoals de Wolstraat en Korte Nieuwstraat. Dit omdat we geen wapening en beton hoefden aan te voeren door de smalle straten. Bovendien gaat de plaatsing sneller en hebben de panelen een langere levensduur. Voor de plaatsing ervan hebben we samengewerkt met spoorspecialist Frateur De Pourq. Tegelijk vragen deze voordelen ook meer aandacht in de voorbereiding. De rioleringsputten moesten vooraf nauwkeurig geplaatst worden aangezien de deksels al ingewerkt zitten in de prefab panelen. Dit verhoogde de complexiteit van de rioleringswerken aanzienlijk”, geeft Jeroen De Beleyr aan.
Om de veiligheid van de buurtbewoners en stadsbezoekers te verzekeren was de werf volledig afgesloten met hekwerk.
Ook de rioleringsvernieuwing zelf was technisch ingrijpend. De bestaande riolering verkeerde in slechte staat en werd bijna overal volledig opgebroken en vervangen. “Daarbij hebben we damplanken en continue sleufbeschoeiing gebruikt om veilig te werken in de bouwputten en sleuven.” De Sint-Katelijnevest was een uitzondering op deze aanpak. “Hier bevinden zich ruien. Die hebben we behouden en gerenoveerd door er een liner in te plaatsen. Dit is een techniek waarbij een met hars doordrenkte kous wordt ingebracht en vervolgens uitgehard zodat in de oude riolering als het ware een nieuwe, waterdichte buis ontstaat. Verder hebben we op de ruien nieuwe rioleringen aangesloten”, vervolgt Jeroen De Beleyr.
De werf als buur
Niet alleen bij het plaatsen van de riolering was veiligheid belangrijk. Het was continu een hoofdaandachtspunt omwille van de stromen, voetgangers, fietsers, leveranciers en bewoners langs of door de werkzone. “De opdrachtgever benadrukte dit wekelijks We hebben hierop ingespeeld door de werkzone volledig af te sluiten met hekwerk. Hier en daar hebben we corridors gelaten om voetgangers te laten oversteken. Dagelijks hebben we dit hekwerk nagekeken, want in drukke winkelstraten worden de hekken gemakkelijk verplaatst. Met behulp van banners, borden, nieuwsbrieven en infosessies hebben we de buurtbewoners geïnformeerd over de omleidingen en wijzigingen. Om die werfcommunicatie in goede banen te leiden hadden we een communicatiebureau onder de arm genomen. Dat was verantwoordelijk voor een tijdige communicatie en goede afspraken met de buurtbewoners, handelaars, scholen, … Iedereen maximaal bereikbaar houden was soms een onmogelijke opgave, maar dankzij de goede communicatieaanpak hebben we dat toch in goede banen kunnen leiden”, duidt Jeroen De Beleyr.
De ondergrond vol nutsleidingen maakte het plaatsen van de riolering er niet eenvoudiger op.
Tijdelijke brandweerkazerne
De gekozen fasering vormde de ruggengraat van het hele project. Volgens Jeroen De Beleyr lag de globale fasering vast in het bestek, maar optimaliseerde BESIX Infra die op basis van de logica van de rioleringswerken. “Grenzen van een fase vallen vaak samen met bepaalde afwateringspunten. Daarnaast werd ook de mobiliteitsimpact afgewogen in overleg met de stad Antwerpen. Zo werd de grootte van de werkzones niet alleen technisch bepaald, maar ook afgestemd op de verkeersdoorstroming en op andere werven in de omgeving”, legt hij uit.
Opmerkelijk in de faseringsaanpak was de bouw van een tijdelijke brandweerkazerne. “Omdat de bestaande kazerne aan de Sint-Jacobsmarkt in een bepaalde fase moeilijk bereikbaar was, hebben we in een zijstraat een tent ingericht voor twee brandweerwagens, inclusief nutsvoorzieningen. Die tijdelijke oplossing bleef ongeveer vier maanden in gebruik. Het voordeel was dubbel: de hulpdiensten konden snel blijven uitrukken, terwijl wij de werken vlotter konden uitvoeren zonder permanent rekening te moeten houden met directe bereikbaarheid van de kazerne”, beschrijft Jeroen De Beleyr.
Terugblikkend ziet Jeroen De Beleyr één belangrijke succesfactor voor het geslaagde stadsproject: “Het succes van deze werf danken we vooral aan de goede samenwerking tussen de verschillende opdrachtgevers. Als er problemen opdoken, bespraken we ze meteen en zochten constructief naar oplossingen. Alle neuzen stonden in dezelfde richting.”
Om de bereikbaarheid te verzekeren, creëerde de aannemer veilige doorsteken door de werf voor voetgangers.
Opdrachtgever: Stad en district Antwerpen
Medefinanciers: Water-link, Aquafin en De Lijn
Ontwerp: Tractebel
Hoofdaannemer: Besix Infra
Start werken: mei 2023
Einde werken: mei 2026