Hof van Cassatie grijpt in: de lat voor architecten ligt hoog
In een arrest van 19 december 2025 heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken over de draagwijdte van de advies‑ en bijstandsplicht van de architect bij de keuze van de aannemer. Het Hof bevestigt dat deze plicht niet beperkt blijft tot technische of prijsmatige aandachtspunten, maar ook betrekking heeft op de controle van de wettelijke toegang tot het beroep van de aannemer. Voor bouwheren en architecten bevat dit arrest belangrijke lessen.
In deze zaak ging het om een geschil naar aanleiding van een aannemingsovereenkomst voor de uitvoering van o.a. ruwbouwwerken tussen een bouwheer en een aannemer. Hoewel de architect de bouwheer uitdrukkelijk had afgeraden om met deze aannemer samen te werken - onder meer wegens opvallend lage prijzen en twijfels over diens draagkracht en capaciteiten - besloot de bouwheer toch om het contract te sluiten. Achteraf kwam aan het licht dat de aannemer niet beschikte over de wettelijk vereiste toegang tot het beroep, met als gevolg dat de aannemingsovereenkomst nietig was. De bouwheer stelde daarop de architect aansprakelijk voor de gevolgen van de nietigheid.
Het Hof van Beroep te Bergen oordeelde op 15 oktober 2024 dat de architect zijn adviesplicht niet had geschonden, aangezien hij de bouwheer voldoende zou hebben gewezen op de risico’s van deze keuze. Tegen die uitspraak werd cassatieberoep ingesteld.
Het Hof van Cassatie vernietigt het arrest van het Hof van Beroep en herneemt daarbij de fundamentele principes inzake de advies- en bijstandsplicht van de architect. Die plicht houdt o.a. in dat de architect de bouwheer moet bijstaan bij de keuze van de aannemer, met het oog op de realisatie van het project onder optimale voorwaarden van prijs en kwaliteit. Volgens het Hof van Cassatie gaat deze verplichting verder dan de louter technische en financiële aandachtspunten. Uit de advies- en bijstandsplicht van de architect volgt namelijk dat hij verplicht is de bouwheer te informeren over de regelgeving inzake de toegang tot het beroep, over de gevolgen die daaruit kunnen voortvloeien, én om bij het sluiten van de aannemingsovereenkomst na te gaan of de aannemer over de vereiste toegang tot het beroep beschikt. Dit had het Hof van Beroep te Bergen echter niet onderzocht. Door dit essentiële element onbesproken te laten, ging het Hof van Cassatie over tot de verbreking van de uitspraak van het Hof van Beroep te Bergen. Het Hof van Beroep te Luik zal de zaak nu opnieuw moeten onderzoeken.
Voor de bouwsector heeft het arrest van het Hof van Cassatie verstrekkende gevolgen. Van architecten mag worden verwacht dat zij hun interne werkwijze aanscherpen en systematisch nagaan en documenteren of aannemers beschikken over de vereiste toegang tot het beroep, temeer nu aansprakelijkheidsvorderingen steeds frequenter voorkomen.
Voor bouwheren betekent dit arrest dat zij meer mogen vertrouwen op hun architect bij de keuze van een aannemer: de architect is niet alleen gehouden tot technisch advies of het uiten van waarschuwingen, maar heeft een actieve plicht om te controleren of de aannemer beschikt over de vereiste toegang tot het beroep en om de bouwheer daarover correct te informeren. Indien de architect die controle niet uitvoert en de aannemingsovereenkomst nadien nietig blijkt wegens het ontbreken van die toegang, kan de architect contractueel aansprakelijk worden gesteld voor de schade die daaruit voortvloeit.
Ontdek in 30 minuten waarom je als bouwbedrijf eigenlijk zot bent als je deze miljardenmarkt links laat liggen. Schrijf je nu in voor de gratis webinar op 26/03.