Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Techniek & technologie

Slimme sturing begint bij de regeling van de werkingstijden

Gebouwinstallaties worden steeds performanter, slimmer en energiezuiniger. Toch krijgt één fundamentele vraag vaak te weinig aandacht: wanneer draait de installatie eigenlijk? De regeling van de aan- en uitschakeling van verwarmings-, koel- en ventilatiesystemen, ook wel runtime management genoemd, lijkt een detail, maar heeft een belangrijke impact op het energieverbruik en het thermische comfort. Als een installatie te lang draait, dan verbruikt ze onnodig energie. Start ze te laat op, dan krijg je al snel comfortklachten.

BK_2026_10_16_Afb-LR
©Buildwise

Wat is runtime management?

Runtime management focust niet op de temperatuurinstellingen of lokale regeling in een ruimte, maar op de bedrijfsuren van de centrale installatie. Het bepaalt wanneer een verwarmings-, koel- of ventilatiesysteem opstart en wanneer het opnieuw kan uitschakelen. Het gaat dus om de sturing van de installatie in de tijd, op basis van informatie zoals ruimtegebruik, planning en omgevingscondities.

De norm NBN EN ISO 52120-1 onderscheidt verschillende functionaliteitsniveaus:

  • manueel in- en uitschakelen van de installatie
  • lokaal ingestelde tijdschema’s met vaste preconditionering
  • centraal beheerde tijdschema’s met vaste preconditionering
  • vraagsturing met variabele preconditionering (bv. via predictieve regeling).

Elk niveau heeft zijn eigen voor- en nadelen: van verschillen in kosten en verantwoordelijkheden tot de mate van energiebesparing.

Van manuele bediening naar slimme sturing

De meest eenvoudige vorm van runtime management is het manueel in- en uitschakelen van de installatie. In kleinere gebouwen lijkt dat soms voldoende, maar in de praktijk leidt het vaak tot twee terugkerende problemen: installaties blijven langer draaien dan nodig of starten te laat op, waardoor gebruikers comfortproblemen ervaren.

Een eerste verbetering is werken met vaste tijdschema’s die lokaal op het toestel ingesteld zijn. Zo beperk je de werkingsuren en creëer je meer regelmaat in de werking van de installatie. Het nadeel is dat zulke schema’s geen rekening houden met de werkelijke bezetting of met veranderende weersomstandigheden. De installatie draait volgens de programmatie, niet noodzakelijk wanneer dat echt nodig is.

Bovendien zijn tijdschema’s geen statisch gegeven. Het gebouwgebruik verandert, de bezetting verschuift en de ruimtes krijgen andere functies. Als je de tijdschema’s niet regelmatig evalueert, dan sluiten ze al snel niet meer aan bij de realiteit, met energieverlies of comfortklachten tot gevolg.

Een mogelijke oplossing hiervoor bestaat erin de tijdschema’s centraal te beheren via een Building Management System (BMS) of een Home Energy Management System (HEMS). Vanuit zo’n centraal platform stem je instellingen beter op elkaar af, merk je afwijkingen sneller op en stuur je eenvoudiger bij.

Vaste en variabele preconditionering

Een aanbevolen en toekomstgerichte aanpak is om niet uitsluitend met een vast tijdschema te werken, maar dit te combineren met preconditionering. Daarbij start de installatie automatisch vroeger op wanneer dat nodig is, zodat het gebouw bij de start van het gebruik al op temperatuur is.

In de eenvoudigste vorm gebeurt die preconditionering nog volgens een vaste logica, op een vooraf bepaald starttijdstip. Het nadeel hiervan blijft echter dat deze regeling geen rekening houdt met de actuele omstandigheden.

Wil je echt slim sturen, dan combineer je tijdschema’s met vraagsturing en variabele preconditionering. De regeling bepaalt dan zelf wanneer de installatie moet opstarten op basis van de werkelijke situatie, bijvoorbeeld rekening houdend met:

  • variërende gebruiksuren
  • de weersomstandigheden
  • de actuele warmte- of koudevraag van het gebouw.

Dat vraagt om bijkomende componenten, zoals sensoren voor weerdata en gebruiksinformatie, én een centraal platform dat alle relevante gebouwinformatie samenbrengt, verwerkt en de installaties aanstuurt. Die extra intelligentie levert duidelijke voordelen op:

  • een betere afstemming tussen comfort en werkelijk gebruik
  • een snellere bijsturing
  • minder manuele interventies.

Welke ambitie is vandaag realistisch?

Een goede ambitie voor vandaag is centrale tijdschema’s met vaste preconditionering goed organiseren en actief beheren vanuit een centraal beheerpunt. Daarmee kan je de tijdschema’s snel aanpassen voor weekends, verlofperiodes of gewijzigde bezetting en kan je de instellingen centraal opvolgen en bijsturen.

Ook in woningen hoeft dat niet ingewikkeld te zijn. Veel systemen bieden vandaag al centrale bediening via een display of app. Het gaat er vooral om de centrale logica consequent in te zetten en correct te beheren.

Op langere termijn kan je die basis aanvullen met vraagsturing en variabele preconditionering, op voorwaarde dat je in de rekenlogica voldoende rekening houdt met de installatie en de gebouwcontext.

Slimmer sturen betekent namelijk niet dat een installatie voortdurend mag schakelen. Te veel aan-uitcycli veroorzaken extra slijtage, hogere onderhoudskosten en zelfs een hoger energieverbruik. Een doordachte regeling combineert vraagsturing daarom best met minimale looptijden en duidelijke randvoorwaarden.

Een kleine ingreep met grote impact

Slimme tijdsturing is geen detail, maar een cruciale hefboom voor energie-efficiëntie en comfort. Door stap voor stap over te schakelen van manuele bediening naar centrale tijdschema’s en, waar relevant, naar slim ondersteunde vraagsturing, laat je een installatie beter aansluiten op het werkelijke gebruik van het gebouw.

De sleutel ligt niet in maximale complexiteit, maar in doelgerichte intelligentie, afgestemd op de context en beheersbaarheid in de praktijk.


Samenvatting van een artikel, verschenen op de pagina’s 22-23 van het Buildwise Magazine juli-augustus 2026.

Enkel de originele tekst, die tot stand kwam in het kader van lopend onderzoek rond slimme gebouwinstallaties binnen Buildwise, met bijdragen uit het COOCK+-project ‘Data naar Actie’ en het prenormatieve TESS-project, geldt als referentie.

Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten