Lisa De Visscher: “Brussel is op vele vlakken een toonbeeld van de Stad van Morgen”
Sinds december heeft Brussel een nieuwe Bouwmeester: Lisa De Visscher. Haar ambitie is niet zozeer drastische veranderingen door te voeren, maar wel verder te bouwen op kwalitatieve stedelijke transformatie die haar voorganger Kristiaan Borret heeft uitgewerkt. Weliswaar wil ze haar eigen accenten leggen, met betaalbaarheid, hergebruik, klimaatbestendigheid en samenwerking als topprioriteiten. We spraken haar op een snikhete dag in juni, waarmee de toon meteen was gezet: hoe moet een stad zich wapenen tegen de klimaatopwarming? Maar natuurlijk kwamen ook heel wat andere onderwerpen aan bod.
Bouwkroniek: Om de klimaatopwarming tegen te gaan, moeten we meer groen creëren en dus geconcentreerder gaan wonen. Maar nog meer mensen in Brussel? Is dat nog wel leefbaar op termijn, zeker op tropische dagen als vandaag?
Lisa De Visscher: “Ik denk niet dat geconcentreerder wonen per definitie betekent dat het onleefbaarder wordt. Noch wanneer de temperaturen verder blijven stijgen, noch qua veiligheid of betaalbaarheid. Ik blijf een grote voorstander van het versterken van dorps- en stadskernen om te vermijden dat we verder beslag leggen op de al schaarse groene ruimte in ons land. Niettemin moeten we dringend maatregelen nemen om geconcentreerder wonen effectief leefbaar te houden, zeker in het kader van de klimaatopwarming. Want de temperatuur in de (grotere) steden is significant hoger dan op het platteland. Dat is ook logisch door de alomtegenwoordige bebouwing en verharding: die absorberen de warmte en geven die ’s nachts terug af, waardoor er minder natuurlijke afkoeling is. Het is een vicieuze cirkel, want het noopt de bewoners, handelszaken en kantoren om airco te gebruiken. Die voert op zijn beurt warme lucht naar buiten, wat de omgevingstemperatuur dus verder verhoogt. Alle woningen met airco uitrusten, is geenszins de juiste oplossing. Enerzijds omdat deze techniek voor extra warmte buiten zorgt, anderzijds omdat ze enorm energieverslindend is. We moeten de problematiek globaler bekijken en structurele veranderingen doorvoeren. Helaas neemt dit tijd in beslag, te veel tijd naar mijn zin. Vandaar dat we met BMA op administratieve en juridische vereenvoudiging inzetten.”
Bouwkroniek: Welke structurele veranderingen zijn er in Brussel nodig?
Lisa De Visscher: “Het is algemeen geweten wat er nodig is om Brussel en andere steden in periodes van extreme hitte leefbaar te houden. Minder verharding en een waterdoorlaatbare bodem, meer groenaanleg met schaduw, en waterpartijen die voor verkoeling zorgen, hebben bijvoorbeeld een enorm positief effect. Het is jammer dat er op dit vlak intussen nog niet meer is gebeurd, maar de hoofdstad is wel met een inhaalbeweging bezig. Toch zijn er nog steeds veel pleinen – sommige pas aangelegd, zoals het Schumanplein en het Koningsplein - die nog steeds volledig zijn verhard, met geen of nauwelijks schaduw. Ook ontbreken er plaatsen waar mensen tijdens de zomer in openlucht kunnen zwemmen om verkoeling op te zoeken. Natuurlijk zullen deze ingrepen het hitte-eilandeffect niet volledig oplossen. Daarvoor zijn maatregelen nodig die de gebouwen zelf aanpakken, zoals een aangepaste inplanting en een andere klimaatbestendige, lowtech manieren van bouwen of renoveren met natuurlijke materialen.”
![]()
Brussel trekt, meer dan andere steden in binnen- en buitenland, de kaart van renovatie en herbestemming.
Bouwkroniek: Kan u wat voorbeelden geven?
Lisa De Visscher: “Doorzonappartementen zijn een eerste mogelijkheid, maar dit is intussen redelijk standaard. Door ramen in twee tegenovergestelde gevels te voorzien, is het immers mogelijk om een natuurlijke ventilatie te creëren. Extra isolatie en vooral meer massa, maken eveneens een groot verschil. Op dit vlak hebben de grotere steden zelfs een stapje voor, want hier staan nog veel vooroorlogse gebouwen met dikke muren die heel wat inertie bieden. Met creatieve ingrepen kan echter een gelijkaardig effect worden bereikt. Zo werden in Petersbos dankzij een BMA-wedstrijd recentelijk twee woonblokken gerenoveerd. Hierbij werd een structuur voor de gevel geplaatst die als een buffer zowel de koude als de warmte tegenhoudt, en in het voor- en najaar als een soort veranda kan worden gebruikt. Op die manier worden twee vliegen in één klap geslagen: de bewoners krijgen zowel een beter leefklimaat als extra leefruimte. Dergelijke oplossingen zijn trouwens perfect toepasbaar op het type gebouw dat vandaag het meest met oververhitting kampt: de vele verouderde kantoren met glasgevels zonder zonwering. Die zijn enorm energieverslindend, zeker in de zomer. Want zonder airco lopen de temperaturen er zo hoog op dat werken gewoonweg onmogelijk wordt. Mirakeloplossingen zijn er niet, maar daar zou in eerste instantie zonwering moeten worden voorzien. Bij renovaties kan dan de gevel worden aangepast met ramen die kunnen worden geopend of met een constructie zoals in Petersbos werd toegepast.”
Bouwkroniek: Uw voorganger was een grote voorstander van het herbestemmen van leegstaande kantoren naar woonunits. Bent u dat ook?
Lisa De Visscher: “Ik denk dat dit inderdaad een goed antwoord op de problematiek van toenemende woonnood in Brussel is, maar mijn visie is wellicht iets genuanceerder. Volgens mij moeten we de herbestemming naar woningen enkel doorvoeren in kantoorcomplexen met de juiste typologie en voldoende oppervlakte. Anders is het voor de bouwpromotor economisch onvoldoende interessant, wat de kwaliteit van de renovatie in het gedrang kan brengen. Herbestemming vraagt uiteraard een andere aanpak dan nieuwbouw. Ik pleit ervoor zoveel mogelijk te werken met de bestaande structuur, gevel en indeling zonder daarin dogmatisch te worden: als je meer kwaliteit kan geven aan het nieuwe programma door bijvoorbeeld een travee af te breken, dan is dat prima.”
Bouwkroniek: Is het niet beter om gebouwen op het einde van hun levensduur volledig af te breken?
Lisa De Visscher: “Het is natuurlijk altijd gemakkelijker om van scratch te herbeginnen. Toch is dat in deze tijden van klimaatopwarming niet meer verantwoord. Daarom trekt Brussel – meer dan andere steden in binnen- en buitenland – de kaart van renovatie en herbestemming. Dat is nu eenmaal de meest duurzame aanpak omdat de CO2-uitstoot van de originele bouw als het ware wordt ‘gerecycleerd’ en het afval wordt gereduceerd. Om de renovaties rendabel te houden, moet echter op voorhand goed over de herbestemming, de aanpak, de recuperatie van materialen en de technieken worden nagedacht. Precies op dat vlak wil ik met BMA het verschil maken. Wij organiseren elk jaar een vijftigtal architectuurwedstrijden waarbij herbestemming van gebouwen een terugkerend thema is. Ook publiceerden we al vele artikels over dit thema. Bovendien moeten we voor elk gebouw groter dan 5.000 m² ons advies geven over de bouwaanvraag, en gaan we steeds na of slopen kan worden vermeden. Deze aanpak loont. Verschillende resultaten van een BMA-wedstrijd met herbestemmingsprojecten vielen onlangs in de prijzen, zoals de Vlaamse Architectuurprijs en de Brussels Architecture Prize. Ik wil echter wel verandering brengen in de procedure. Het is mijn ambitie om de verschillende betrokken partijen in een heel vroeg stadium samen aan tafel te brengen. Om expertise uit te wisselen én ervoor te zorgen dat iedereen aan hetzelfde zeel trekt. Want helaas loopt het daar vaak mis, nog meer dan in andere grote steden. Bouwen en renoveren is geen evidentie in Brussel omdat er zowel gemeentelijke, gewestelijke als nationale reglementeringen gelden. En in sommige gevallen moet er ook rekening met de wensen en regels van de Europese Commissie worden gehouden. Jammer genoeg is er niet steeds eenduidigheid op deze vier niveaus, wat regelmatig tot tegenstrijdigheden en dus erg lange procedures leidt. En dat vertaalt zich in lange leegstand.”
![]()
Om wonen betaalbaar te houden, is het noodzakelijk om het concept van wooncoöperaties op het voorplan te zetten.
Bouwkroniek: Bent u een aanhanger van gemengde herbestemmingen?
Lisa De Visscher: “We moeten zeker en vast afstappen van de monofunctionele wijken. Afhankelijk van de omvang en de typologie van een gebouw kan je gemengd gebruik op het niveau van het gebouw doorvoeren, maar we dienen gemengde herbestemming zeker ook op wijkniveau te bekijken. Weliswaar zou het gelijkvloers van grote kantoor- of woongebouwen altijd een actieve functie moeten krijgen zodat die kan bijdragen aan de levendigheid van de publieke ruimte. Op de verdiepingen de functies mengen, is echter minder evident dan het lijkt, zeker bij renovaties. Wanneer je wonen en werken wil combineren, dan is er voor elke functie een aparte circulatiekern nodig, moet je rekening houden met veiligheid en geluidsoverlast… Daarom pleiten we ervoor om het mengen van functies ook in een bredere context te realiseren. Zoals het CityForward-project in de Europese wijk, waar BMA de ontwikkelaar Whitewood begeleidt bij de renovatie en herbestemming van 21 kantoorgebouwen van de Europese Commissie. Hiervoor hebben we samen met de gewestelijke administraties en de verschillende gemeentes ‘project lines’ uitgeschreven: richtlijnen om de vooropgestelde verhouding van 70% kantoren, 25% woningen en 5% voorzieningen het best in te vullen. Dat gebeurt door de functies niet enkel op gebouwniveau te mengen, maar ook op wijkniveau. Een ander mooi voorbeeld is de Noordwijk, onder meer met het ZIN-project waarbij de vroegere WTC-torens een gemengde herbestemming zullen krijgen. Naast kantoren, woningen en een hotel wordt het gelijkvloers omgebouwd tot een gigantische openbare serre: een enorme stap vooruit op het vlak van publieke ruimte en een gigantische meerwaarde voor de buurt. Ook dat is denken op wijkniveau.”
Bouwkroniek: De hoofdstad van morgen moet volgens u dus groener worden, met gemengde wijken. Dat is een mooi perspectief, maar zal Brussel over enkele jaren geen stad zijn waar enkel de bemiddelde burger kan wonen?
Lisa De Visscher: “Wonen wordt overal duurder en hogere prijzen zijn eigen aan elke hoofdstad. Dat is ergens ook logisch, want er zijn tal van voordelen om in Brussel te wonen: er is veel werk, er is van alles te doen, alles is bereikbaar met het openbaar vervoer… Toch moet de overheid erover waken dat wonen voor elk segment van de maatschappij betaalbaar blijft. Vandaar dat ook dit een speerpunt is binnen het huidige beleid van BMA. Helaas bevinden we ons vandaag in een economisch minder gunstig klimaat, waar de middelen voor extra sociale woningen miniem zijn. We zullen dus enige creativiteit aan de dag moeten leggen, maar we zien toch al enkele mooie pogingen om oplossingen aan te reiken. Zo geldt in het CityForward-project de verplichting om 25% van de woningen aan een lage prijs aan te bieden. Verder pleiten we ervoor om snel werk te maken van de renovatie van oude sociale woningen die nu leegstaan, alsook om samenwerkingsverbanden met de privésector op te zetten. Daarnaast geloven we met BMA sterk in het concept van wooncoöperaties waarbij mensen het recht op wonen krijgen in ruil voor aandelen.”
Bouwkroniek: Wooncoöperaties blijken toch wat gevoelig te liggen in België?
Lisa De Visscher: “We zijn inderdaad een land waar we met de baksteen in de maag worden geboren. Daarbovenop is en blijft een woning aankopen nog steeds een erg rendabele investering. Helaas zorgt dat ervoor dat de markt steeds meer in handen van bedrijven komt, wat ertoe leidt dat de huurprijzen enorm stijgen. Daarom is het zo belangrijk om het concept van wooncoöperaties op het voorplan te zetten. Belangrijk is wel dat de juiste principes worden gevolgd: het mag geen speculatie worden, wat betekent dat de waarde van de aandelen nooit stijgt, weliswaar met uitzondering van een indexering. Op die manier verandert de kost om daar te wonen niet gedurende de hele levensduur van de appartementen, zelfs al worden de aandelen verkocht. Vandaag zal het financiële verschil dus niet meteen erg hoog zijn, maar over pakweg twintig jaar zal dit leiden tot echt betaalbaar wonen. Natuurlijk moeten mensen wel bereid zijn om op een andere manier naar eigendom te kijken. En misschien hebben we in Brussel daar wel een stapje voor. Hier wonen veel alleenstaanden voor wie alternatieven vaak de enige manier zijn om een eigen stekje te hebben. Met BMA trekken we aan de kar om de ruimtelijke, juridische en financiële oplossingen te zoeken om coöperatief wonen in Brussel op grotere schaal ingang te doen vinden. Ook het concept van erfpacht is interessant. Hierbij behoudt de publieke overheid de eigendom van de grond en koopt de bewoner enkel het gebouw. Het is een systeem dat in het buitenland al erg populair is, maar in België niet echt doorbreekt. Alhoewel er in Brussel toch al verschillende voorbeelden terug te vinden zijn van gebouwen waar erfpacht wél algemeen is aanvaard.”
Bouwkroniek: Zullen de prijzen van vastgoed ervoor zorgen dat we massaal kleiner gaan wonen?
Lisa De Visscher: “Er is een veel belangrijkere reden om met zijn allen kleiner te gaan wonen: het milieu en de noodzaak om geen extra groene zones meer in te palmen. Toch zien we dat momenteel vooral het financiële aspect de drijfveer is. Ook hier is Brussel een uitzondering binnen België, want mensen wonen hier gemiddeld op een veel kleinere oppervlakte dan in de andere delen van het land. Als de bewegingsruimte binnenshuis beperkt is, zullen Brusselaars automatisch meer naar buiten komen. Daarom is er grote nood aan meer kwalitatieve publieke ruimte waar bewoners kunnen verblijven, elkaar kunnen ontmoeten en kinderen kunnen spelen. Als we die plaatsen ook nog eens groen en hittebestendig maken, wordt meteen de nood aan afkoeling in de zomer extra ingevuld.”
![]()
De Stad van Morgen groeit ook organisch door voortschrijdend inzicht, wetgeving en humane/technologische ontwikkelingen.
Bouwkroniek: In de stad van morgen zijn fossiele brandstoffen definitief verleden tijd. Hoe ziet u dat realiseerbaar in het volgebouwde Brussel?
Lisa De Visscher: “In een grote stad is het inderdaad niet eenvoudig om de energieswitch te realiseren. De dakoppervlakte is beperkt in functie van het aantal gebruikers, en windmolens zijn al helemaal niet aan de orde. Toch zijn er voldoende andere mogelijkheden. Zo kunnen we de ondergrond van publieke openbare ruimtes, speelpleinen in scholen of parkings voor geothermie gebruiken. Daarnaast staan de verwachtingen hoog gespannen over de zogenaamde warmtenetten, zeker in de stadswijken waar nog industrie is of in de omgeving van verbrandingsovens. Hier wisselen gebouwen met verschillende, complementaire warmtebehoeftes warmte met elkaar uit via een ondergronds netwerk. Dit wordt verder gevoed met geothermie en natuurlijke warmtebronnen. In Brussel hebben we bovendien een kanaal waaruit we warmte en koude kunnen halen, iets wat trouwens al voorzien is voor de nieuwe gebouwen rondom Tour & Taxis. Ten slotte hebben we een bijzonder uitgebreid netwerk aan rioleringen die voor riothermie kunnen worden gebruikt. De grote uitdaging ligt eerder in het feit dat het momenteel voornamelijk private spelers zijn die in deze oplossingen investeren. Om het echt te doen werken en betaalbaar te houden, zullen we moeten evolueren richting een gelijkaardig systeem als gas en elektriciteit, waarbij één neutrale partij voor het beheer zorgt en er verschillende partijen voor de distributie zijn.”
Bouwkroniek: Moeten we de ‘stad van morgen’ ontwerpen of is dit iets dat vanzelf groeit? En waar staat Brussel op dat vlak?
Lisa De Visscher: “Het is eigenlijk een beetje van beide. Niks ontstaat vanzelf, dus je moet ergens altijd ontwerpen. Maar de Stad van Morgen groeit ook organisch door voortschrijdend inzicht, wetgeving en humane/technologische ontwikkelingen. Het knelpunt zit in het vinden van de balans, zeker in Brussel met haar administratieve en juridische complexiteit. Concreet duurt het jaren – en soms zelfs meer dan een decennium – vooraleer projecten kunnen worden gerealiseerd. Wat in de ontwerpfase vernieuwend en revolutionair was, blijkt bij realisatie soms al achterhaald. Daarom vind ik dat de procedures sneller moeten, en dat is iets waarop ik met BMA sterk wil inzetten. Verder is het mijn intentie om de betrokken partijen en overheden te sensibiliseren om stedenbouwkundig een ruimere blik te hanteren. We moeten af van de fragmentatie van de stad in kleine, op zichzelf staande projecten en meer het vogelperspectief hanteren. Wat brengt het op voor de stad in zijn totaliteit? In dit kader zijn er voor bepaalde sites al mooie stappen gezet, zoals de heraanleg rond het kanaal, en de herbestemming van verschillende strategische sites zoals het Mediapark (de VRT-RTBF-site), Usquare en de Ninoofse Poort. Binnenkort komen daar nog drie stationsites bij met het Zuid-, Noord- en Weststation. Volgens mij kunnen we nog veel betere resultaten behalen door de algemene visie bij te schaven en vooral veel adviesverlening en sturing te voorzien. Want de ‘stad van morgen’ is nooit klaar en zal altijd evolueren. Daarom zijn ook strikte regels snel achterhaald. Flexibiliteit inbouwen lijkt me de enige juiste weg om Brussel in de juiste richting te blijven laten evolueren.”
Bouwkroniek: Is Brussel dan al in de juiste richting aan het evolueren?
Lisa De Visscher: “Zeker weten! Architecturaal telt onze hoofdstad heel wat pareltjes, en dan hebben we het niet enkel over de geklasseerde gebouwen. Onlangs nog kaapten twee Brusselse projecten de Vlaamse Architectuurprijs weg. Er zijn ontzettend veel interessante realisaties, zowel op het vlak van nieuwbouw als renovatie. En dit wordt opgemerkt: minstens een keer per week komt een buitenlandse delegatie op bezoek om gebouwen te bezichtigen en zich over de aanpak binnen het BMA-team te informeren. We spelen in Brussel een voortrekkersrol als het gaat over herbestemming van gebouwen en materialen, alsook circulariteit. Projecten zoals de Royale Belge, ZIN, Usquare, de Tour & Taxis-site met Gare Maritime, het museum Kanal …: het zijn allemaal gebouwen die tien jaar geleden zouden zijn afgebroken, en nu Brussel als voorbeeld op de kaart zetten. Daarnaast is de hoofdstad bezig met een inhaalbeweging op het vlak van publieke ruimte: ik denk aan het Marie Janson park of het heraangelegde Châtelain-plein. Ook in en rond Kanal komt publieke ruimte zoals we ze voordien nog niet kenden.”
Op welk project bent u als Brussels Bouwmeester het meest trots?
Lisa De Visscher: “Ik ben heel erg trots op de werking van het BMA-team en het feit dat we vanuit deze onafhankelijke positie elke dag timmeren aan meer ruimtelijke kwaliteit en betere selectieprocedures voor de stad. Verder ben ik nog niet zo lang in deze functie dat ik een project van A tot Z heb kunnen begeleiden. Door de lange doorlooptijd zal dat misschien ook niet gebeuren, want het mandaat loopt maar vijf jaar. Een of ander project naar voren schuiven zou niet eerlijk zijn ten opzichte van mijn voorganger of de stad op zich… Brussel verdient de eer in haar totaliteit, want het is een fantastische stad om te wonen en te werken.”